Socialistische Partij Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
Inhoud |
Wonen en ruimtelijke ordening
Het begrip 'sociale volkshuisvesting' lijkt door de politiek besmet verklaard. Alles draait voortaan om het bedienen van de koopkrachtige consumenten, die behoefte hebben aan ruime, luxe woningen. De al aanwezig tweedeling tussen rijke en arme wijken wordt hierdoor verder versterkt. Daarin moet verandering komen. De overheid hoort haar verantwoordelijkheid weer te nemen voor de volkshuisvesting. Wetgeving moet de belangen van economisch zwakke groepen woningzoekenden beter gaan beschermen. De ruimtelijke ordening is veel te veel uit handen gegeven aan particuliere bedrijven. Geld en macht bepalen de inrichting van ons land en niet het algemeen belang en de behoeften van de bevolking. Om die ontwikkeling te stoppen dient de overheid hier de regie weer zelf in handen te nemen om ervoor te zorgen dat het aantal goede en betaalbare woningen niet meer verder af- maar toeneemt.
Leefbare buurten
Wonen is meer dan een dak boven je hoofd. Daarom dient de bemoeienis van de overheid met de volkshuisvesting vergroot te worden. Gezorgd dient te worden dat wijken en dorpen leefbaar zijn en blijven. Dat vereist een evenwichtige opbouw van buurten en het tegengaan van gettovorming. Dat vereist ook de aanwezigheid van voldoende algemene voorzieningen, zoals winkels, postkantoren, bankfilialen, buurthuizen en bibliotheken. Daarbij moet voor bank- en postzaken voldoende loket-functies gegarandeerd worden en dienen gemeenten een actieve rol te krijgen in het vestigingsbeleid. Behoud en uitbreiding van het groen is van groot belang voor een leefbare buurt. Volkstuinen hebben een belangrijke functie voor mens en milieu, en moeten zoveel mogelijk behouden blijven. Volkstuinders dienen een betere rechtspositie te krijgen. Verder dient elke wijk over voldoende speelgelegenheid te beschikken. Daartoe moet een wettelijke norm worden opgesteld.
Hypotheekrenteaftrekgarantie tot 225.000 euro (495.000 gulden)
De hypotheekrenteaftrek dient gekoppeld te worden aan het maximum van de nationale hypotheekgarantie (225.000 euro / 495.000 gulden in 2003) en door de overheid tot aan dat bedrag gegarandeerd te worden. Daarboven dient geen belastingaftrek meer gegeven te worden, want dat leidt tot een onevenredig groot en niet te rechtvaardigen voordeel voor mensen met hoge inkomens: van dit fiscale voordeel komt nu bijna de helft terecht bij de 7% hoogste inkomens.