Socialistische Partij Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Zorg
Ons uitgangspunt is dat zorg gebaseerd moet zijn op solidariteit: kwalitatief goede en gelijk beschikbare zorg voor iedereen. De huidige ontwikkelingen ondermijnen dit uitgangspunt. Tweedeling in de zorg rukt op, door marktwerking en particuliere, op winst gerichte zorg voor diegenen die het zich kunnen permitteren. Mensen met weinig geld gaan gemiddeld eerder dood en leven vele jaren korter gezond dan mensen met meer geld en mogelijkheden. Deze ontwikkeling moet gekeerd worden. Door middel van een nationale zorgverzekering worden de omstandigheden waarin mensen opgroeien en zich ontwikkelen meer gelijk en kan goede zorg voor iedereen worden gegarandeerd.
Nationale zorgverzekering naar draagkracht
Er moet een brede nationale zorgverzekering komen voor alle burgers, om de zorg beter op orde te krijgen en tweedeling op dit terrein tegen te gaan. Dit is een zorgverzekering gebaseerd op solidariteit, met premies geheel naar draagkracht en inning via de belastingen, zonder eigen bijdragen en nominale premies. Met deze inkomenssolidariteit binnen het stelsel wordt solidariteit het beste gegarandeerd en onnodige bureaucratie om inkomenseffecten te compenseren, voorkomen. De werkgevers worden belast voor dat deel dat zij ook nu bijdragen aan de zorg. Het pakket moet alle medisch noodzakelijke en maatschappelijk gewenste zorg bevatten. Dat betekent alles wat nu vanwege de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verstrekt wordt en het ziekenfonds, dus inclusief de tandzorg, zelfzorgmiddelen op recept en eerstelijns-psychologische zorg. Ook voorzieningen voor mensen met een handicap en ouderen, zoals vervoersvoorzieningen, dieetkosten, woningaanpassing, maaltijdservice en alarmeringen, vallen onder deze volksverzekering, die wordt uitgevoerd door publieke organen. Aanzienlijke kostenbesparing treedt op door het vervallen van de beheerskosten van de particuliere verzekering, de dure en ingewikkelde premie-inning door fiscalisering van de premieheffing en van de eigen bijdragen voor onder andere thuiszorg en kraamzorg. Door één lan-delijke organisatie van zorgverzekering kunnen geneesmiddelen en hulpmiddelen goedkoper worden in-gekocht en effectiever gedistribueerd.
Eigen bijdragen afschaffen
Alle eigen bijdragen moeten worden afgeschaft, met uitzondering van bijdragen voor kost en inwoning voor bijvoorbeeld langdurige opname in een instelling. Deze eigen bijdragen dienen zodanig te zijn dat de bewoners en, voor zover aanwezig, de partner een fatsoenlijk besteedbaar inkomen overhouden.
Uitgaan van reële zorgbehoefte
De uitgaven voor zorg horen voortaan te worden afgestemd op de reële zorgbehoefte. De individuele -zorgbehoefte moet 'objectief' worden vastgesteld, maar deze indicatiestelling mag niet losstaan van de zorgverlener. Zij moet kleinschaliger worden georganiseerd. De regionale indicatieorganen (RIO's) moeten daarom worden afgeschaft. De indicatiestelling is nu te veel op afstand gezet, waardoor niemand ervoor verantwoordelijk is dat de benodigde zorg ook daadwerkelijk wordt gevonden. Marktwerking leidt, zeker in combinatie met de schaarste in de zorg, tot tweedeling. Er is geen enkel bewijs dat marktwerking leidt tot lagere kosten (in de VS, waar de marktwerking het verst is door-gevoerd, zijn de kosten voor de zorg het hoogste). Wel is sanering van de zorgbureaucratie dringend geboden. De overdaad aan regeltechnische rompslomp en de versnipperde aansturing moeten bestreden worden.
Wettelijk recht op snelle hulp en zorg
De wachtlijsten moeten snel worden weggewerkt. Iedereen heeft recht op tijdige hulp en zorg. De kans op gezondheidsschade door uitstel van opname of behandeling moeten we voorkomen. Wachten kan leiden tot risico's en extra psychische belasting voor zowel de patiënt als diens familie en soms zelfs tot onnodige sterfte. Het mag niet meer gebeuren dat iemand overlijdt omdat hij te lang op een wachtlijst staat of omdat er een tekort aan intensive care-capaciteit is. De tijd waarbinnen hulp en zorg geboden moeten worden, dienen we wettelijk vast te leggen.
Geen voorrangszorg toestaan
Alle vormen van voorrang, anders dan op medische gronden, dienen te worden uitgebannen. Nieuwe privaatgefinancierde zorg naast het bestaande gereguleerde systeem van overheidszorg en particulier initiatief is ongewenst. Dit draagt bij aan de versnippering van de zorg en leidt tot hogere kosten. Verder is het onrechtvaardig als mensen met veel geld betere zorg voor zichzelf kunnen inkopen dan anderen. Dergelijke initiatieven ondermijnen de solidariteit en gaan ten koste gaan van de reguliere zorg (door personeel weg te lokken en wachtlijsten te omzeilen).
1 op de 20 verplegenden en verzorgenden erbij
Verpleegkundigen en verzorgenden moet het perspectief worden geboden dat ze weer menswaardige zorg kunnen bieden en meer tijd voor hun patiënten krijgen. Om de werkdruk te verlagen moet er in 2006 ten minste één extra verzorgende / verplegende per 20 bijgekomen zijn. Op termijn is zelfs 1 op de 10 gewenst. Verlaging van de werkdruk is, in combinatie met hogere lonen, een eerlijker loongebouw, betere secundaire arbeidsvoorwaarden, betere arbeidsomstandigheden, scholingsfaciliteiten en meer zeggenschap, van groot belang om medewerkers voor de zorg te behouden en om nieuwe mensen aan te trekken. Ook door betere stagevergoedingen en hogere leerling- en aanvangssalarissen kan de instroom van nieuwe mensen worden bevorderd. Herintreders of mensen die willen overstappen naar een beroep in de zorg moeten gratis een opleiding kunnen volgen en kunnen rekenen op een tegemoetkoming voor onkosten en een volwaardig salaris bij aanvang van de om- of nascholing. Het is niet aanvaardbaar om onze problemen op te lossen door verpleegkundigen en artsen elders weg te halen. Daarom dient actieve werving in landen als Zuid-Afrika, Indonesië, de Filippijnen en Suriname niet te worden toegestaan.
Meer invloed werkers in de zorg
Naast meer geld moet er vooral meer zeggenschap komen voor de mensen die in de zorg werken. Beter luisteren naar degene die het werk doet zorgt voor betere zorg en meer praktische oplossingen. Mensen op de werkvloer moeten ook meer carrièreperspectief krijgen. Het aantal managers 'van buiten' de zorg moet worden gereduceerd. Om een 'carrière aan het bed' aantrekkelijker te maken dienen deze functies meer gecombineerd te worden met leidinggevende verantwoordelijkheden, met bijpassende salarissen.
Gezondheidsverschillen verkleinen
De sociaal-economische gezondheidsverschillen moeten worden verkleind. Nu sterven armere mensen -gemiddeld 3,5 jaar eerder en leven zij twaalf jaar langer in slechtere gezondheid dan rijke mensen. Om daar verandering in te brengen zullen we slechte woon-, werk- en leefomstandigheden moeten aanpakken. De openbare gezondheidszorg speelt hierbij een belangrijke rol. De gemeentelijke gezondheidsdiensten -moeten, in samenwerking met de eerstelijnszorg, een actievere rol spelen in het opsporen en bestrijden van gezondheidsbedreigende woon- en werkomstandigheden. De gezondheidszorg moet extra worden ingezet voor mensen met gezondheidsachterstanden, bijvoorbeeld in de (preventieve) jeugdgezondheidszorg en tandzorg.
Voorkomen is beter
Voorkomen is beter dan genezen. Daarom moet er meer geïnvesteerd worden in preventie. Voor de versterking van de openbare gezondheidszorg inclusief het uitvoeren van het basispakket van de GGD moet extra geld naar de gemeenten, evenals voor uitbreiding van de preventie in huisartsenpraktijken. Voor ouderen dienen ouderenconsultatiebureaus te komen ter voorkoming van ziekte en gebrek. Deelname aan preventieprogramma's moet worden bevorderd, met name onder risicogroepen. Het bevolkingsonderzoek op borstkanker dient gratis toegankelijk te zijn, ook voor vrouwen boven 75 jaar. Verder moeten programma's voor alcoholpreventie en -hulpverlening en 'stoppen met roken' worden uitgebreid.
Ziekenhuiszorg op menselijke maat
Kleine (streek)ziekenhuizen moeten open blijven. Met de schaalvergroting dreigt de menselijke maat ver-loren te gaan. Basisvoorzieningen, zoals verloskunde en kindergeneeskunde (waardoor ook bevallingen thuis mogelijk blijven) en spoedeisende hulpverlening, moeten in ieder ziekenhuis beschikbaar -blijven. Ook in ziekenhuizen moeten de zorg afgestemd worden op de zorgbehoefte. Omzetting van de budgettering naar een open-einde-financiering moet voorkomen dat er wachtlijsten zijn terwijl operatiekamers niet gebruikt worden en specialisten niet meer kunnen behandelen omdat de financiering ontoereikend is. Om onnodige verrichtingen te voorkomen moet de betaling van specialisten worden losgekoppeld van het aantal behandelingen. In plaats daarvan kunnen 'abonnementen' (een vast bedrag per patiënt per jaar) of loondienst worden ingevoerd. Voor ambulancezorg moeten voldoende middelen beschikbaar zijn om te kunnen voldoen aan de norm 'binnen 15 minuten na melding' ter plekke te zijn.
Patiëntenbelangen
Patiënten- en consumentenorganisaties, cliënten- en bewonersraden moeten meer inspraak krijgen, die zich niet moet beperken tot de zorg maar ook dient te gelden voor afstemming met onder andere wonen, welzijn, mobiliteit en sociale zekerheid. De medezeggenschapsraden horen niet afhankelijk te zijn van de verschillende opvattingen van individuele instellingen en moeten daarom een aparte financiering krijgen. Het -adviesrecht hoort te worden versterkt, het instemmingsrecht uitgebreid.
Zorg, ook voor illegalen
Mensen die geen wettige verblijfstitel hebben, maar feitelijk wel in Nederland wonen, mogen niet uit-gesloten worden van medisch noodzakelijke hulp. De zorgverlener bepaalt of de te verlenen zorg medisch noodzakelijk is.
Betere eerstelijnszorg
Er moeten snel meer huisartsen komen om de schrijnende tekorten in de eerstelijnszorg op te heffen en meer aandacht voor de patiënten te krijgen. Op termijn is praktijkverkleining naar 2000 patiënten wenselijk. De numerus fixus in de artsenopleiding dient te worden opgeheven. Om op korte termijn aan verkleining van het huisartsentekort te werken moeten samenwerking, praktijkondersteuning en groepspraktijken worden gestimuleerd. Door invoering van een volksverzekering en afschaffing van marktwerking in de zorg wordt de administratieve last van huisartsenpraktijken aanzienlijk verlicht. Huisartsenposten horen kleinschalig te werken. Er moeten betere voorwaarden gesteld worden aan de bereikbaarheid, de toegankelijkheid en de kwaliteit van deze posten. Ook de tekorten aan tandartsen, met name in armere wijken en bij de jeugdtandzorg, moeten worden aangepakt, onder andere door praktijkondersteuning en invoering van een regeling zoals die nu al bestaat voor huisartsen in achterstandswijken. De werkdruk voor verloskundigen moet omlaag. De marktwerking in de kraamzorg dient te worden teruggedraaid.
Meer mogelijkheden voor zorg thuis
Er moeten integrale wijkteams komen (samenwerkingsverbanden van huisartsen, fysiotherapeuten, thuiszorg, maatschappelijk werk, wijkverpleegkundigen en ouderadviseurs) voor preventie, indicatiestelling en begeleiding. Mensen die familie, vrienden of buren verzorgen verdienen meer ondersteuning en waardering, onder andere door uitbreiding van de mogelijkheden voor zorgverlof. De mogelijkheden van respijtzorg zoals oppas- en logeerdiensten dienen te worden uitgebreid zodat mantelzorgers de kans krijgen om even op adem te komen. Verder dienen er overal in het land goede steunpunten voor mantelzorg te komen. De subsidies voor vrijwilligers in de zorg moeten worden uitgebreid. In de woningbouw en woningtoewijzing moet meer rekening worden gehouden met wensen om te leven in grotere familie- en groepsverbanden. Er moet een onderzoek komen naar financiële drempels bij de keuze om iemand voor verzorging in huis te nemen. Eventuele drempels moeten worden weggenomen. Tweedeling in de woonsituatie moet voorkomen worden: ook ouderen met een klein inkomen moeten kunnen kiezen voor een aanleunwoning of een plaats in een ouderencomplex.
Meer aandacht voor stervensbegeleiding
In de beroepsopleidingen en in de beroepspraktijk van verpleegkundigen en artsen dient meer aandacht te komen voor stervensbegeleiding. Er moet in elke regio een 'palliatief' team beschikbaar komen ter ondersteuning en advisering van artsen bij de begeleiding van terminale patiënten.
GGZ uit de nood helpen
Het aantal mensen dat een beroep moet doen op de 'geestelijke' gezondheidszorg neemt toe. In het overheidsbeleid en het maatschappelijk verkeer (in de 24-uurs economie, de flexibilisering van het werk en de hoge werkdruk) dient veel meer gekeken te worden naar en rekening gehouden met de gevolgen voor de 'geestelijke' volksgezondheid. Daarnaast moet er meer onderzoek komen naar de effecten van psychiatrische behandeling. Psychische hulp moet zoveel mogelijk gegeven worden in de eerste lijn. Deze hulp moet daarom versterkt worden, waarbij de huisartsen ondersteund moeten worden door psychiatrisch verpleegkundigen en eerstelijns-psychologen. Op deze wijze kan ook het groot aantal geneesmiddelen dat huisartsen op dit terrein voorschrijven worden teruggebracht. Mensen die zorg en hulp nodig hebben moeten snel geholpen worden. Zeker voor kinderen zijn lange wachttijden funest. Crisisopvang moet 24 uur per dag en altijd voldoende beschikbaar zijn. De asielfunctie van psychiatrische ziekenhuizen dient gehandhaafd te worden, om te voorkomen dat mensen zonder zorg op straat terechtkomen of thuis verkommeren. Met name psychiatrische patiënten zonder ziekte-inzicht kunnen niet aan hun lot worden overgelaten. Zij moeten, indien nodig, opgenomen en behandeld worden, om te voorkomen dat zij geïsoleerd raken. Voor patiënten die hulp zoeken hoort te worden uitgegaan van een zorgplicht. De mogelijkheden van opvang, evenals de middelen om hen actief en preventief op te zoeken, moeten worden uitgebreid.
Verslaving tegengaan, verslaafden helpen
De gevaren van tabak, alcohol en drugs moeten veel indringender onder de aandacht komen. De overheid zal meer steun moeten geven aan mensen die van hun verslaving willen afkomen, dus geen wachtlijsten, maar wel vergoedingen voor effectieve afkickmiddelen. Goed drugsbeleid begint met preventie, gekoppeld aan bestrijding van verslaving en misbruik en voorkomen van overlast.
Alcoholmisbruik aanpakken
Het toenemend misbruik van alcohol, met name onder jongeren, is dermate zorgwekkend dat een scherper ontmoedigingsbeleid moet worden gevoerd. Met harde maatregelen om de vrijheid van drankproducenten en -verkopers in te dammen, onder meer door een wettelijk verbod op reclame en sponsoring. Om de 'grijpbaarheid' voor jongeren terug te brengen, moet de verkoop van sterke drank worden beperkt tot de speciaalzaken. Aan jongeren onder 18 jaar hoort geen sterke drank te worden verkocht.
Tabaksverslaving voorkomen en bestrijden
Het hoge aantal tabaksdoden (24.000 per jaar) moet omlaag. Tot op heden is de populariteit van roken onder jongeren onverminderd hoog. Van de 15- tot 19-jarigen rookt bijna 50%. Er dient een wettelijk verbod te komen op alle vormen van reclame en sponsoring van tabak, evenals een verbod op het toevoegen van verslavende stoffen en van smaakmakers die aanzetten tot roken. Tabak hoort slechts in speciaalzaken verkocht te worden en de rookverboden in de Tabakswet dienen te worden uitgebreid. Op plekken waar veel kinderen komen moet een rookverbod gelden. De tabaksindustrie heeft jarenlang bewust de gezondheids-risico's van roken gebagatelliseerd. De overheid dient na te gaan in hoeverre de industrie aangesproken kan worden op de geweldige maatschappelijke kosten van roken.
Softdrugs legaliseren, harddrugs aanpakken
Het is verstandig softdrugs te legaliseren en de in- en verkoop door coffeeshops helder te regelen en te controleren. Legalisering maakt controle beter mogelijk, schept een strikte scheiding met harddrugs en voorkomt onnodig beslag op de politie. Vanwege het ernstige verslavingsrisico moet het gebruik van harddrugs zoveel mogelijk worden tegengegaan, terwijl de voorlichting over de schadelijke gevolgen ervan moet worden uitgebreid. De handel in harddrugs moet strafbaar blijven. Justitie en politie moeten meer middelen krijgen voor de bestrijding ervan. In het kader van specifieke, op de persoon afgestemde programma's en projecten, kan voor bepaalde verslaafden tijdelijke verstrekking van drugs op medische basis of ter verbetering van de leefomstandigheden wenselijk zijn. Heroïneprostituees horen de kans te krijgen om aan hun mensonwaardige situatie te ontsnappen, door speciale opvang in combinatie met drugsverstrekking onder sociale en medische begeleiding. Verstrekking met als enkel doel maatschappelijke overlast te beperken is niet aanvaardbaar. In de hulpverlening aan verslaafden moet, naast afkicken, de kans op optimaal maatschappelijk herstel geboden worden, door op de persoon toegespitste scholing en begeleiding naar werk. Door XTC-tests op houseparty's kunnen ongelukken voorkomen worden.
Gokken uit kantines en cafetaria's
In sportkantines en cafetaria's (de 'droge horeca') horen geen gokautomaten te staan en in cafés (de 'natte horeca') hoogstens één. Uitbreiding van het aantal casino's, loterijen en gokhallen is ongewenst. Aan het gedogen van illegale casino's en internetcasino's moet snel een einde komen. Ook het aantal legale casino's moet beperkt worden. In loterijen moeten limieten worden gesteld aan prijzengeld en paal en perk aan allerlei tv-belspellen, krasloten en drempelverlagende loterijen.
Dak- en thuislozen onder dak
Er moet werk gemaakt worden van het weer onder dak brengen van dak- en thuislozen. Het merendeel van de mensen die op straat zwerven, kiest daar niet voor. Naar schatting lijdt 15 tot 30% van de dak- en thuislozen aan een ernstige psychische stoornis, heeft 25% een alcoholprobleem en 20% een drugs-probleem. Ongeveer een kwart heeft zowel een psychische stoornis als een verslavingsprobleem. Daarom moeten gemeenten de zorgplicht krijgen. Zij zijn verantwoordelijk voor een sluitend vangnet van opvangvoorzieningen, sociale pensions en andere opvangmogelijkheden. Ook dienen zij te zorgen voor 24-uurs-crisisopvang en voor begeleide woonplekken en werkprojecten met als doel een volwaardige terugkeer in de samenleving. Per stad of regio moeten daklozenteams worden ingezet om actief daklozen op straat en in de opvang te benaderen en hulp aan te bieden. Er moet meer gedaan worden om te voorkomen dat mensen op straat terechtkomen. Ontslag uit psychiatrische en justitiële inrichtingen zonder programma voor opvang en begeleiding of zonder begeleide woonplek is niet aanvaardbaar. Dat geldt ook voor huisuitzetting zonder zicht op ander onderdak.
Tegengaan vrouwenmishandeling
Er moet meer capaciteit voor vrouwenopvang en blijf van mijn lijfhuizen komen. Daarnaast is meer aandacht nodig voor preventie en vroegtijdig ingrijpen bij mishandeling. Daarom moeten er net als bij kindermishandeling meld- en adviespunten komen voor huiselijk geweld en dient het meldrecht van een arts voor kindermishandeling te worden uitgebreid naar ander huiselijk geweld. Bij huiselijk geweld ziet het slachtoffer zich vaak gedwongen het huis te verlaten. Mits zorgvuldig toegepast en achteraf getoetst, moet de politie bij wijze van crisisinterventie voortaan kunnen overgaan tot uithuisplaatsing van de dader. De langjarige afhankelijke verblijfvergunning van allochtone vrouwen maakt hen extra kwetsbaar voor huiselijk geweld. Mede hierom is het goed om slachtoffers om humanitaire redenen een zelfstandige verblijfstitel te verlenen.
Beter beleid voor genees- en hulpmiddelen
Geneesmiddelen die bijdragen aan de kwaliteit van het leven dienen te worden opgenomen in het zorgpakket. Voor nieuwe en dure geneesmiddelen in ziekenhuizen en instellingen moet een apart fonds komen, om te voorkomen dat dit ten koste gaat van andere zorg. Zelfzorgmiddelen op recept, zoals pijnstillers, moeten weer in het ziekenfondspakket. Hulpmiddelen bevorderen de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van mensen en moeten daarom voldoende beschikbaar zijn. We willen dat de mogelijkheden van een prijzenwet en een centrale inkoop van hulpmiddelen onderzocht worden. De distributie van de meeste zelfzorgmiddelen hoort in handen te blijven van gekwalificeerde apothekers. De bewaking van het geneesmiddelengebruik is immers van groot belang om bijwerkingen en ziekenhuisopname te voorkomen. De inkomens van apothekers kunnen daartoe het beste losgekoppeld worden van het aantal verrichtingen. Dit is mogelijk door een abonnementsysteem of doordat apothekers in loondienst treden.
Farmaceutische industrie aan banden
Aanscherping van de prijzenwet voor geneesmiddelen, waarin maximumprijzen zijn vastgelegd, is nodig. De agressieve marketing van de farmaceutische industrie richting artsen moet worden ingedamd, onder meer door een verbod op schenkingen en sponsoring van scholingen en het verbieden van de commerciële artsenbezoeker. Het wettelijk reclamebesluit moet worden aangescherpt. Het toezicht dient daarom uitgevoerd te worden door de inspectie voor de volksgezondheid en niet te worden overgelaten aan zelf-regu-le-ring. Een Nationaal Fonds Geneesmiddelenonderzoek, gevoed door bijdragen van de industrie, zou opgericht moeten worden om te bepalen welk onderzoek prioriteit heeft en relevant is. Zo'n fonds is ook van belang om de beïnvloeding door de farmaceutische industrie van wetenschappelijk onderzoek tegen te gaan. Door opname van een publicatieplicht in de wet op medisch verantwoordelijk onderzoek kan de onafhankelijkheid van medisch wetenschappelijke onderzoekers beter beschermd -worden.
Voorzichtig met grensverleggende technieken in de zorg
Om te kunnen beoordelen of nieuwe mogelijke toepassingen in de gezondheidszorg, bijvoorbeeld door biotechnologische en gentechnologische ontwikkelingen, toelaatbaar zijn, dient een nauwgezette afweging te worden gemaakt tussen maatschappelijke en ethische aspecten van toepassingen en de mogelijke alternatieven. Van belang zijn de risico's voor de individuele patiënt en de volksgezondheid als geheel, de veiligheid, de waardigheid van mens en dier, de maatschappelijke aanvaardbaarheid en de sturingsmogelijk-heden. Voorspellende geneeskunde brengt nieuwe mogelijkheden, maar ook nieuwe risico's, met name voor de solidariteit in de samenleving. Een krachtige sturing van de overheid zal nodig zijn, om ongelijke toegang tot werk en verzekeringen te voorkomen en een 'recht om niet te weten' te waarborgen. Het genetisch paspoort dient strikt persoonlijk eigendom te zijn en te blijven. Met betrekking tot xenotransplantatie willen we, zolang er geen duidelijk inzicht is in de risico's, een verbod op klinisch onderzoek, klinische toepassing, proefdieronderzoek en productie van transgene dieren. Reproductief klonen wijzen we zonder meer af. Therapeutisch klonen - het klonen van stamcellen ten behoeve van onderzoek, orgaankweek en de ontwikkeling van therapieën (zoals hersencellen bij de ziekte van Parkinson of hartspiercellen bij een hartinfarct) - kan medisch een belangrijke vooruitgang betekenen. Daartegen bestaat - onder strikte voorwaarden - geen bezwaar. Het beste alternatief lijkt het gebruik van stamcellen van reeds geboren mensen. Door de snel toenemende kennis van groeifactoren is het binnen een paar jaar misschien mogelijk deels gedifferentieerde stamcellen te manipuleren en deze zijn bij iedere volwassene te vinden. Om de medische ontwikkelingen in deze richting te sturen moet dit soort onderzoek door de overheid financieel worden ondersteund. Somatische gentherapie vinden we alleen aanvaardbaar als het gaat om de bestrijding van erfelijke ziekten waarvoor geen andere effectieve en menswaardige behandelmethode bestaat. Geslachtskeuze om andere dan medische redenen moet niet worden toegestaan. Commerciële exploitatie van gentechnologie in de zorg moet in alle gevallen voorkomen worden.
Mensen met een handicap
Mensen met een handicap dienen op alle terreinen als volwaardige burger aan de samenleving te kunnen deelnemen. Ze hebben recht op een 'maatschappij zonder drempels', in de breedste zin van het woord. Dat vereist dat er op alle terreinen van beleid, waaronder wonen, verkeer en vervoer, media, cultuur en sport, voortdurend rekening gehouden wordt met de specifieke beperkingen van mensen met een handicap. Dat betekent een toegankelijke samenleving en adequate voorzieningen, een breed gedragen en vanzelfsprekende solidariteit om dat voor elkaar op te brengen, en regelgeving op alle terreinen van beleid waarop mensen zich kunnen beroepen als gelijkberechtiging in het geding is. De Standaardregels van de Verenigde Naties voor het bieden van gelijke kansen voor gehandicapten en chronisch zieken dienen richting-gevend te zijn bij het ontwikkelen van het nationale en lokale gehandicaptenbeleid. Daarbij moeten voorschriften worden opgesteld die voor alle gemeenten gelden.
Geen discriminatie
Mensen met een handicap dienen op alle terreinen als volwaardige burger aan de samenleving te kunnen deelnemen. Ze hebben recht op een 'maatschappij zonder drempels', in de breedste zin van het woord. Dat vereist dat er op alle terreinen van beleid, waaronder wonen, verkeer en vervoer, media, cultuur en sport, voortdurend rekening gehouden wordt met de specifieke beperkingen van mensen met een handicap. Dat betekent een toegankelijke samenleving en adequate voorzieningen, een breed gedragen en vanzelfsprekende solidariteit om dat voor elkaar op te brengen, en regelgeving op alle terreinen van beleid waarop mensen zich kunnen beroepen als gelijkberechtiging in het geding is. De Standaardregels van de Verenigde Naties voor het bieden van gelijke kansen voor gehandicapten en chronisch zieken dienen richting-gevend te zijn bij het ontwikkelen van het nationale en lokale gehandicaptenbeleid. Daarbij moeten voorschriften worden opgesteld die voor alle gemeenten gelden.
Gehandicaptenondersteuning en -zorg
Het te voeren beleid dient te zijn gestoeld op ervaringen van mensen met een handicap of een chronische ziekte. Daarom horen belanghebbende organisaties in een vroeg stadium te worden betrokken bij beleidsontwikkelingen. De mensen zelf en hun naasten moeten meer te zeggen krijgen over inzet van de persoonlijke hulpverlening en meer mogelijkheden krijgen om op te komen voor hun eigen belangen. De financiering moet plaatsvinden via een systeem van zorgzwaarte, zodat er financiële ruimte is om elke gehandicapte de nodige zorg te bieden. Uitgegaan moet worden van de werkelijke zorgbehoeften en zorgwensen van mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychiatrische handicap of een chronische ziekte. Ouders met een gehandicapt kind thuis moeten recht krijgen op meer onder-steuning, ook via de uitbreiding van professionele hulp en logeerhuizen. De wachttijden in de gehandicaptenzorg dienen te worden aangepakt. Het recht op snelle zorg hoort wettelijk te worden vastgelegd, met daarin termijnen waarbinnen de zorg geboden moet worden. Overheidsmaatregelen dienen in het algemeen steeds getoetst te worden op hun gevolgen voor mensen met een handicap of een chronische ziekte.
Vermaatschappelijking
De vermaatschappelijking van de zorg - het wonen en werken onder niet-gehandicapte mensen - is een positieve ontwikkeling. Meer en betere ondersteuning door artsen en andere deskundigen is daarvoor nodig. De keuzevrijheid voor mensen met een handicap moet overigens verzekerd blijven. Een aantal mensen geeft de voorkeur aan het wonen op het beschermde terrein van een instelling en de vrijheid die dat biedt. Het 'ontinstitutionaliseren' van de zorg en de maatschappelijke integratie kan buiten, maar zeker ook binnen een instelling plaatsvinden: door het terrein open te stellen voor buurtbewoners, door het vormen van kleine groepen (maximaal zes), door iedereen een eigen kamer te geven en zelf indien mogelijk te laten koken en wassen en door dagbesteding naar behoefte. Voor integratie, zowel buiten als binnen de instelling, is meer ondersteuning nodig.
Toegankelijkheid
In de woningbouw zal meer rekening gehouden moeten worden met de veranderde samenstelling van de bevolking en het feit dat ouderen en gehandicapten liever zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Nieuwe woningen en woongebouwen moeten voldoen aan scherpere eisen voor integrale toegankelijkheid. Aanpassing van bestaande woningen moet worden versneld en de woonzorg-projecten moeten worden uitgebreid. Aanpassing dient vóór te gaan op gedwongen verhuizing. Bij de toegang, inrichting en beheer van openbare gebouwen moet als uitgangspunt gelden dat alle burgers gelijk van de diensten gebruik moet kunnen maken. Hetzelfde geldt voor goederen en diensten. Postkantoren en kantoorfilialen horen én goed bereikbaar én toegankelijk te zijn. Het openbaar vervoer dient ook in dit verband ingrijpend te worden gemoderniseerd. Voor culturele instellingen en sportaccommodaties moeten er regels komen betreffende het aantal rolstoelplaatsen dat minimaal beschikbaar hoort te zijn.
Rechtszekerheid voor mensen met een handicap
De Wet Voorzieningen Gehandicapten in zijn huidige vorm leidt tot onaanvaardbare verschillen tussen gemeenten. Daarom moeten in de wet de voorzieningen worden vastgelegd waar men aanspraak op heeft. Op termijn moeten alle voorzieningen en verstrekkingen aan mensen met een handicap, die nu nog onder de WVG vallen, ondergebracht worden in een nationale Zorgverzekering. Zolang dat nog niet het geval is, dient het Rijk voor de verstrekking ervan voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen aan de gemeenten. De Wvg-gelden dienen geoormerkt te worden, zodat gemeenten ze niet aan andere zaken kunnen uitgeven. Gehandicapten dienen een keuzevrijheid te krijgen in de vervoersvoorziening, door iedere vervoersgehandicapte een forfaitaire vergoeding toe te kennen. Deze kan naar eigen inzicht besteed worden aan collectief (openbaar) vervoer of aan een individuele vervoersvoorziening. Het openbaar vervoer moet vanzelfsprekend zo toegankelijk mogelijk worden gemaakt voor mensen met een handicap. De arbeidsongeschiktheidsregeling voor mensen die al erg jong (arbeids)gehandicapt zijn (de WAJONG) moet ook opengesteld worden voor mensen die na hun 18de gehandicapt raken. Jonge gehandicapten die zich op een of andere wijze nuttig kunnen en willen maken, moeten begeleid worden naar aangepast werk. Tevens moeten er voor deze groepen mensen de mogelijkheden komen om scholing te krijgen.
Gehandicapten en sport
Extra aandacht is nodig voor het vervoer van gehandicaptensporters. Voor de extra kosten die de gehandicapte sporter maakt, moet een adequate vergoedingsregeling komen. De vergoeding van hulpmiddelen voor sportbeoefening moeten sportrolstoelen maar ook andere hulpmiddelen omvatten. Bij revalidatie is naast hulp en begeleiding naar werk ook begeleiding naar sport van belang. Bij het toegankelijk maken van sportaccommodaties moet ook rekening gehouden worden met de tijdstippen waarop tijdelijke aanpassingen zoals verhoging van de temperatuur van zwemwater, worden aangeboden.
Gehandicapten en werk
Werk moet worden aangepast aan de werknemers, niet andersom. Dat betekent dat werk gezond en veilig moet zijn voor mensen met een handicap. WAO'ers moeten waar mogelijk weer aan de slag kunnen komen en de sociale werkvoorziening dient te worden veiliggesteld. Jonge gehandicapten die zich op een of andere wijze nuttig kunnen en willen maken, moeten begeleid worden naar aangepast werk. Tevens moeten er voor deze groep meer mogelijkheden voor scholing komen. De overheid moet alles in het werk stellen om mensen met een handicap aan een reguliere baan te helpen.
Gehandicapten en onderwijs
Elke onderwijsinstelling zal ervoor moeten zorgen dat het geboden onderwijs toegankelijk is voor mensen met een handicap. De aanwezigheid en beschikbaarheid van vergelijkbaar onderwijs in de regio kan geen reden zijn om dit niet te doen. Weer Samen Naar School kan alleen slagen als scholen daarvoor ook voldoende middelen krijgen. Ouders en scholen dienen meer betrokken te worden bij de aanname van een leerling op een speciale school. Leerlinggebonden financiering moet vervangen worden door een betere financiering van de school als geheel. Kinderen met handicaps als dyslexie, adhd en autisme moeten binnen en buiten het onderwijs beter begeleid worden. Wachtlijsten in het speciaal onderwijs moeten snel verdwijnen en voor scholen moet het doenlijk blijven ook halverwege het schooljaar nog leerlingen aan te nemen. Er dient onderzoek te komen naar de toegankelijkheid en veiligheid van het leerlingenvervoer. De drempelbijdrage voor het leerlingenvervoer moet worden afgeschaft. Kindervoorzieningen (scholen, speeltuinen, jeugdcentra) moeten beter toegankelijk worden zodat kinderen met een handicap gewoon zelfstandig met hun leeftijdsgenootjes kunnen spelen en naar school gaan. De informatie- en communicatietechnologie waaronder vrije en toegankelijke overheidsinformatie, dient ook voor mensen met een handicap en/of chronische ziekte toegankelijk te zijn.
Meer samenhang
Er moet een betere lokale samenhang komen tussen wonen, zorg, welzijn en mobiliteit. Daarvoor is een integrale voorziening nodig voor alle zorg thuis zoals vervoersvoorzieningen, dieetkosten, woonaanpassingen, maaltijdservice, alarmeringen, klussen- en boodschappendiensten en dagopvang, ondergebracht in bij voorkeur een nationale zorgverzekering met zorggarantie..
Inkomenspositie
Verbetering van de inkomenspositie van mensen met en handicap of een chronische ziekte is nodig. Dat kan door verhoging van zakgelden, door een nieuwe sociale vangnetregeling voor meerkosten in verband met handicap en chronisch ziektes en door fiscale maatregelen. Er mogen geen nieuwe eigen bijdragen in de AWBZ te komen en nog bestaande bijdragen / kosten dienen aan het inkomen gerelateerd en aan een maximum gebonden te zijn.
Medische technologie
De ontwikkeling in de (genetische) technologie zoals de voorspellende geneeskunde en prenatale diagnostiek kan leiden tot vrijheid maar ook tot onvrijheid. Mensen moeten in vrijheid kunnen blijven kiezen. Ouders hebben ook het recht 'om niet te weten'. Dat recht én het recht op alle benodigde zorg en voorzieningen als er een gehandicapt kind komt, moet de overheid garanderen.