Socialistische Partij Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Werk en inkomen
Werk is belangrijk, voor mensen om de kost te verdienen en voor de samenleving om overeind te blijven. Een fatsoenlijk loon en optimale werkomstandigheden zijn nodig om je werk goed en met plezier te kunnen doen. Omdat we werken om te leven hoort er ook voldoende tijd te zijn om andere belangrijke dingen te doen. Tijd om elkaar te zien, te helpen, lief en leed te delen. Tijd om je te ontwikkelen, bij te leren en op tijd te kunnen rusten en relaxen. Tijd om je kinderen op te voeden. Daarom moeten we af van de trend naar een doldwaze 24-uurseconomie, waarin iedereen elkaar over de rooie helpt. We hebben juist alle belang bij een eerlijke verdeling van het werk, van ál het werk. Dus ook meer ruimte en waardering voor werk dat niet met geld beloond wordt, maar vaak minstens net zo belangrijk is: zorgen voor mensen in je omgeving, meehelpen op de sportclub, dingen in de buurt organiseren - het leven daarmee een stuk waardevoller voor jezelf en aangenamer voor anderen maken. Arbeidstijdverkorting, vervroegde (deel)pensionering, het recht op werken in deeltijd en meer en betere ouderschaps-, zorg- en studieverlofregelingen passen bij deze opvatting over samen werken en samen leven. Net als optimale bescherming van mensen die nog niet of niet meer kunnen of hoeven te werken. Iedereen moet over een redelijk inkomen kunnen beschikken. Onredelijke inkomensverschillen dienen geen doel en moeten worden tegengegaan. Schrijnende armoede en zinloze rijkdom zijn beide uitwassen van het huidige marktdenken.
Meer tijd om voor elkaar te zorgen
Er moeten meer mogelijkheden komen om voor elkaar te zorgen. Met het accent op 'werk, werk, werk' worden belangrijke zorgtaken ondergewaardeerd. De wettelijke zorgverlofregelingen verdienen daarom uitbreiding. Er moet bekeken worden hoe bij langdurig zorgverlof ten minste 70% van het minimumloon doorbetaald kan -worden. Bij opname van ouderschapsverlof dient de werknemer het wettelijk recht te krijgen op doorbetaling van 70% van het laatstverdiende loon. De overheid betaalt daarvan de helft, tot een maximum van 70% van het wettelijk minimumloon. Een alleenstaande ouder moet het recht hebben op dubbel ouderschapsverlof. De spaarloonregeling kan worden gebruikt voor extra verlofmogelijkheden en dient daarom gehandhaafd en verbeterd te worden. Niet alle nuttig werk is betaald werk - maar vrijwilligerswerk is wel van onschatbare waarde voor ons allen. Daarom moeten we mensen die onbetaalde - en onbetaalbare - arbeid verrichten, niet overvragen of misbruiken. En ook niet op de kast jagen met beperkende of dwingende regels die mensen alleen maar minder motiveren. Zo moeten we alleenstaande ouders in de bijstand wel alle mogelijkheden bieden om betaald te gaan werken, bijvoorbeeld door te zorgen voor voldoende kinderopvang, maar hen niet achtervolgen met een sollicitatieplicht, zolang de kinderen nog leerplichtig zijn. Bijstandsgerechtigden die, als ze een baan hadden recht zouden hebben op (langdurig) zorgverlof, moeten ook worden vrijgesteld van een sollicitatieverplichting.
Geen aantasting van positie werknemers en vakbonden
De minimale arbeidsvoorwaarden (minimumloon, maximumarbeidsduur, recht op rust en vrije tijd, veiligheid, ontslagbescherming) moeten voor iedereen wettelijk vastgelegd zijn en blijven. Voor de rest kunnen lonen en andere arbeidsvoorwaarden het beste geregeld worden via CAO's en het algemeen verbindend verklaren van CAO's. Dat biedt de meeste bescherming aan werknemers, stelt hen in staat collectief ver-beteringen af te dwingen en helpt om mensen die hetzelfde werk doen ook vergelijkbare beloning en werkomstandigheden te bieden. Het recht van vakbonden om CAO's te sluiten moet dan ook onverkort gehandhaafd blijven. Iedereen die in Nederland in loondienst werkt - of hij nu van binnen of buiten de Europese Unie komt - dient onder de toepasselijke CAO te vallen. Daarom verzetten wij ons tegen de 'Port Package', en pleiten we voor wetgeving die de positie van de havenwerkers beschermt. De organisaties van werk-nemers dienen in de gelegenheid gesteld te worden om daadwerkelijk als 'brede vakbond' te opereren en niet gedwongen te worden zich strikt te beperken tot lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Bij massaontslagen dienen de vakbonden en ondernemingsraad aan de rechter om inhoudelijke toetsing van het ontslag te kunnen vragen.
Veilig stellen sociale werkvoorziening
Voor werknemers die door hun specifieke handicap(s) niet productief genoeg zijn om in het particuliere bedrijfsleven rendabel te kunnen werken, dient de sociale werkvoorziening gehandhaafd en waar nodig uitgebreid te worden. Deze sociale taak van SW-bedrijven botst met de huidige budgetfinanciering. Die dient daarom te verdwijnen. Ter voorkoming van ongewenste uitval moeten werknemers in de sociale werkvoorziening meer worden betrokken bij het bepalen van een acceptabel werktempo. De (re)integratie van werknemers met een WSW-indicatie naar een reguliere arbeidsplaats mag uitsluitend op basis van vrijwilligheid geschieden; bij uitstroom moet voor hen een terugkeergarantie gelden.
Gesubsidieerde banen ombouwen naar regulier werk
Mensen die langdurig werkloos zijn kunnen momenteel in aanmerking komen voor een gesubsidieerde baan, veelal in de publieke sector. Deze mensen hebben doorgaans een volwaardige baan, echter tegen een minimale beloning. Dat moet veranderen. Dat kan door de middelen die nu besteed worden aan loonkostensubsidies -rechtstreeks toe te kennen aan lagere overheden, zorg- en onderwijsinstellingen, waarbij het Rijk toezicht blijft houden op de besteding van de gelden. De huidige Wiw- en ID-banen moeten binnen een bepaalde tijd worden omgezet in reguliere banen tegen een normaal CAO-functieloon. Mensen die langer dan een jaar werkloos zijn dienen aanspraak te kunnen maken op de faciliteiten van de wet REA.
Veiliger werk
De controle op werkomstandigheden moet beter. De Arbeidsinspectie moet sterker worden. Werknemers moeten wettelijk beter beschermd worden tegen blootstelling aan gevaarlijke stoffen op werkplekken. Een algeheel verbod op het gebruik van schadelijke oplosmiddelen is nodig. Om RSI (na werkdruk het grootste arbeidsrisico van deze tijd) tegen te gaan dient er een registratieplicht te komen van beeldschermwerktijden. Beeldschermwerkers horen elk uur ten minste tien minuten verplicht iets anders te doen. Voor de RSI-risico's van kassa- en lopendebandwerk moeten vergelijkbare normen gelden. Ook werknemers dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen arbeidsomstandigheden en die van collega's en horen hun mond open te doen als dat nodig is. Een wettelijk vastgelegde 'klokkenluidersregeling' voor werknemers kan daarbij helpen.
Verlaging werkdruk
Er zijn meer maatregelen nodig voor verlaging van de werkdruk. Bijna twee miljoen werknemers werken regelmatig onder te hoge tijdsdruk. Werkdruk is daarmee het grootste arbeidsrisico van dit moment. Verlenging van de werkweek moet worden tegengegaan. Dat geldt ook voor de doorgeschoten flexibilisering van de arbeidsmarkt. De Arbeidsinspectie moet scherper gaan toezien op handhaving van de Arbeidstijdenwet en voortaan ook op de CAO-bepalingen inzake werkdruk en overwerk. Er dient betere reglementering van en controle op flexwerk te komen.
Vrij weekeinde en vijf extra vrije dagen
Voor werken op zaterdag moet weer 'nee, tenzij' gaan gelden. Dat kan door in de Arbeidstijdenwet het recht op een vrij weekeinde van twee dagen op te nemen (met vergelijkbare uitzonderingsregels als nu voor de zondag). Er moet paal en perk worden gesteld aan de koopzondagen. Hoofdregel dient te zijn dat op zondag de winkels dicht zijn, waarbij uitzonderingen mogelijk zijn. We willen vijf verplichte extra vrije dagen, waardoor Nederland op het Europese gemiddelde komt. Nu heeft Nederland met slechts zeven feestdagen en een wettelijk verplicht minimum van twintig vakantiedagen de minste verplicht vrije dagen in de Europese Unie. Zo zou - net als elders in Europa - de eerste mei gevierd kunnen worden. Maar ook zou bevrijdingsdag elk jaar een vrije dag kunnen zijn. En waarom zouden we naast de verschillende christelijke feestdagen niet ook de belangrijkste islamitische feestdagen vrij geven, zoals het suikerfeest en het offerfeest? Tot slot stellen we voor als nieuwe vrije dag een dag van de democratie in te voeren. Op deze dag zouden bij voorkeur ook eventuele verkiezingen moeten worden gehouden.
Bemiddeling van arbeid
Arbeidsbemiddeling is primair een overheidstaak. Koppelbazerij dient verboden te blijven en uitzend-bureaus dienen vergunningplichtig gemaakt te worden.
Gelijk loon voor gelijk werk
Aan het gedogen van salarisdiscriminatie van vrouwen dient een einde te komen. Daarnaast verdienen nog steeds veel vrouwen slechter dan mannen, omdat ze meer dan gemiddeld werken in slecht betalende sectoren als zorg en onderwijs. Een inhaalslag in deze sectoren is sowieso nodig, om de aantrekkelijkheid van deze beroepen te herstellen. Deze maatregel helpt ook de algemene beloningsachterstelling van vrouwen op te heffen.
CAO voor iedereen
Iedereen in een bedrijf hoort voortaan te vallen onder een tussen vakbonden en werkgevers af te sluiten CAO. Daarin dienen alle salarisaanpassingen geregeld te worden, ook voor het management. Zo kan een halt worden toegeroepen aan de exorbitante verrijking van degenen die het toch al het beste getroffen hadden. Het algemeen verbindend verklaren van CAO's mag niet worden ingeperkt. De overheid dient zich verre te houden van prestatiebeloning en andere 'nieuwigheden' die werkende mensen tegen elkaar uitspelen, de inkomensverschillen vergroten en voor werknemers per saldo niet veel meer betekenen dan sigaren uit eigen doos.
Werk moet lonen: 'terugtaks'
Wij stellen voor dat mensen die een baan aannemen met een loon van 100% tot 115% van het minimumloon, van de overheid een 'terugtaks' krijgen. Bij lonen tussen 115% en 150% kan een aflopend bedrag worden uitgekeerd. Met dit voorstel wordt de huidige armoedeval voor mensen met de laagste lonen effectief bestreden. Verder komen door deze maatregel 50.000 mensen weer aan het werk. Wij denken dat onze 'terugtaks' beduidend effectiever is dan de bestaande regeling voor werkgevers, de Specifieke Afdracht-korting (SPAK). We stellen dan ook voor die regeling op te heffen en de vrijkomende middelen te gebruiken voor de financiering van de 'terugtaks'. Ook een groot aantal andere afdrachtverminderingen die de afgelopen jaren tot stand zijn gekomen hebben weinig effect en kunnen beter verdwijnen.
Uitvoering sociale zekerheid publieke taak
De publieke sector moet de sociale zekerheid uitvoeren: WAO en WW door het Uitvoeringsorgaan Werk-nemersverzekeringen en de ABW door de gemeentelijke sociale diensten. De veiling van 'kavels WAO'ers' aan particuliere reïntegratiebedrijven is een beschamende vertoning, die met name moeilijker bemiddelbare mensen eerder schaadt dan baat. De (re)integratie dient weer in publieke handen te komen. In de gehele uitvoering van de sociale zekerheid moet op alle niveaus goede inspraak voor cliënten gegarandeerd worden. Ter voorkoming van rechtsongelijkheid dienen sociale wetten die decentraal worden uitgevoerd zoals de Algemene Bijstandswet en de Wet Voorzieningen Gehandicapten, landelijk genormeerd te worden.
Armoedebestrijding
In de komende vier jaar moeten we de minimuminkomens met ten minste 10% netto extra verhogen om structureel iets te doen aan de in de afgelopen jaren opgelopen achterstand. Met zo'n verhoging helpen we meer dan 10% van alle huishoudens. Dat doen we door het minimumloon en de minimumuitkeringen bruto met 5% te verhogen en door aanvullende belastingmaatregelen. Die bestaan uit de hiervoor genoemde 'terugtaks' voor werkenden en een 'solidariteitskorting' in de belasting voor uitkeringsgerechtigden onder de 65 jaar, gelijk aan de helft van de arbeidskorting. Het minimumloon en de minimumuitkeringen moeten in de toekomst gekoppeld blijven aan de gemiddelde loonontwikkeling. Bij meevallende economische groei moeten ze extra verhoogd worden om versneld de opgelopen achterstand in te lopen.
Inkomensafhankelijke ouderenkorting en kinderbijslag
De inkomens van ouderen met alleen AOW of een klein aanvullend pensioen moeten fors omhoog, door een koppeling aan de stijging van het minimumloon met 5% plus het inkomensafhankelijk maken van de huidige ouderenkorting. De AOW hoort welvaartsvast te zijn en te blijven. De kinderbijslag voor gezinnen met de laagste inkomens moet met gemiddeld ten minste 272 euro (600 gulden) per jaar omhoog. Daarvan profiteren ruim een half miljoen kinderen. Dat kan door de 2,9 miljard euro (6,4 miljard gulden) kinderbijslag voortaan inkomensafhankelijk te verdelen. Huishoudens met een gezinsinkomen boven de 45.378 euro (100.000 gulden) per jaar krijgen geleidelijk minder en leveren gemiddeld de helft in. Vanaf een gezinsinkomen van 90.756 euro (200.000 gulden) per jaar vervalt het recht op kinderbijslag.
Betere bescherming nabestaanden
De Algemene Nabestaandenwet geeft alleen nog een uitkering aan nabestaanden die geboren zijn voor 1950, kinderen beneden de 18 jaar hebben of arbeidsongeschikt zijn. Nabestaanden die niet tot deze groepen behoren, dienen gedurende een jaar een nabestaandenuitkering te krijgen om niet in een financieel gat te vallen. Korting op deze uitkering wegens ontvangen loon of arbeidsongeschiktheidsuitkering dient te worden beperkt.