Socialistische Partij Milieu
Natuur en milieu
Dat milieuorganisaties tegenwoordig meer leden tellen dan politieke partijen geeft aan dat er een grote betrokkenheid van mensen bij natuur en milieu is. De overheid zou daarvan gebruik moeten maken en een duurzaam milieubeleid tot richtsnoer moeten nemen van haar handelen. De afgelopen jaren is de zorg voor natuur en milieu echter volslagen ten onrechte een ondergeschoven kindje geweest. We kunnen technologisch meer dan ooit tevoren - en toch slagen we erin onze leefomgeving voortdurend te verpesten, nodeloze gezondheidsrisico's te scheppen, de biodiversiteit van flora en fauna aan te tasten en zelfs het klimaat te bedreigen. Ook op milieugebied staat solidariteit voor ons centraal: in dit geval met de toekomstige generaties. Ongebreidelde economische groei is verantwoordelijk voor de onverantwoord snelle exploitatie van grondstoffen, de ernstige bodem-, water- en lucht-vervuiling, het verdwijnen van natuur en de weerzinwekkende toename van de hoeveelheid schadelijk afval. Economische groei wordt veel te vaak gerealiseerd ten koste van natuur en milieu. We produceren zonder voldoende voorwaarden vooraf en afspraken over het bestrijden van de gevolgen achteraf. Van een duurzame economie die zich goed verdraagt met de ecologie is geen sprake. Dat moet veranderen, en snel. Want schade die we nu aanrichten, is vaak onherstelbaar of alleen met heel veel inspanning en kosten te herstellen. Precies ook daarom zou het verstandig zijn om de milieukosten in de toekomst in het bruto binnenlands product te verrekenen.
Klimaataantasting tegengaan
Nederland dient de afspraken die wereldwijd gemaakt zijn om aantasting van het klimaat tegen te gaan, volledig uit te voeren. De uitvoering van deze - overigens beperkte - afspraken staat momenteel onder grote druk vanwege de opstelling van landen als de Verenigde Staten. Maar ook Nederland belooft voor-lopig meer dan het waarmaakt. De drang om economisch te groeien verdringt de bereidheid om ecologisch te handelen - en bedreigt daarmee permanent mens en milieu. Die houding dient te veranderen.
Broeikasgassen verminderen
Nederland moet meer doen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De afspraken in het Kyoto-verdrag dienen als ondergrens beschouwd te worden. Dat kan door nadrukkelijk te werken aan transportpreventie en schone verbrandingsprocessen en aan overschakeling op duurzame energie. Het gebruik van minder vervuilende brandstoffen (zoals zwavelarme benzine) kan worden bevorderd door strengere eisen te stellen aan brandstofleveranciers en door 'vergroening' van de accijnsheffing. Ook moeten bestelauto's hetzelfde belast worden als personenauto's, teneinde een kritischer gebruik te bevorderen en de milieubelasting te verlagen. Lucht- en scheepvaart zullen meer dan nu moeten inzetten op CO2-reductie. Door liberalisering en internationalisering van de elektriciteitsmarkt komt steeds meer vuile stroom Nederland binnen. We dienen ons tegen die ontwikkeling te verzetten, onder meer door verhoging van eigen productie van duurzame energie en een importverbod op vuile stroom. De kolengestookte centrales moeten worden omgeschakeld op gas. Het is redelijk dat Shell en Esso daaraan meebetalen. Zij worden immers sinds jaar en dag slapend rijk van hun exploitatierecht van het Nederlandse aardgas. Het is van belang om (internationaal) onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden om het gebruik van waterstof als energiebron te stimuleren. Het energiebeleid moet erop gericht te zijn het gebruik van fossiele brandstoffen structureel te verminderen.
Tegengaan grootverbruik
Er dienen maatregelen te komen voor een kritischer energiegebruik door grootgebruikers. Nu vergroten ze met hun vaak nonchalant grootverbruik van energie het klimaatprobleem en verspillen ze op grote schaal fossiele brandstoffen. Voor energiegrootverbruikers dient daarom een 'ecotaks' ingevoerd te worden met een tarief dat correspondeert met het huidige gewogen prijsvoordeel van Nederlandse grootverbruikers ten opzichte van grootverbruikers in de omringende landen. Aan de speciale aardgastarieven voor de glastuinbouwbedrijven moet een einde komen. De bijzondere contracten met grootverbruikers dienen te worden opengebroken. Om het totale energieverbruik te verlagen is onderzoek naar verdere vergroening van de belastingen gewenst.
Vermindering milieugevaarlijke stoffen
Productie van stoffen die de gezondheid of het milieu ernstig kunnen bedreigen moet vermeden worden. Bedrijven die werken met milieuonvriendelijke stoffen moeten verplicht worden tot het bijhouden van een stoffenboekhouding, die duidelijk maakt welke stoffen wanneer en hoe verwerkt worden en waar ze uiteindelijk terechtkomen. Fabrikanten dienen verantwoordelijk gemaakt zijn voor de gevolgen van hun producten voor mens en milieu. Om milieuvervuilende processen en producten beter aan te pakken moeten zowel de regels als de controle van de productie verscherpt worden. Nog duizenden mensen zullen overlijden aan de gevolgen van ingeademde asbestvezels. En nieuwe slachtoffers zijn niet uit te sluiten, bijvoorbeeld doordat in veel gebouwen asbest is verwerkt. Om verdere slachtoffers te voorkomen moet de asbest in gebouwen geïnventariseerd en systematisch gesaneerd worden.
Afvalstromen indammen
De productie en het transport van gevaarlijk afval moeten worden beperkt, door verbetering en aanpassing van productieprocessen, en verwerking in het eigen bedrijf of de eigen regio. Ook moeten de producenten een verantwoordelijkheid krijgen voor de totale keten van hun product, tot en met de afvalfase. Het overheidsbeleid gericht op het terugdringen van de hoeveelheid huishoudelijk restafval heeft niet geleid tot een vermindering van de totale hoeveelheid afval, ondanks het feit dat bijna 50% van al het huishoudelijk afval braaf door de burger gescheiden wordt. Goed beschouwd produceren huishoudens geen afval, maar houden het slechts over. De groei van huishoudelijk afval is mede te danken aan de toename van allerlei kunststofverpakkingen. Daarom moeten fabrikanten verplicht worden minder en beter afbreekbare verpakkingen op de markt te brengen en mee te betalen aan de opruimkosten. Statiegeldregelingen kunnen ook behulpzaam zijn om de hoeveelheid afval terug te brengen. Er moet een baggerbeleid ontwikkeld worden dat is gericht op verwerken in plaats van storten. Er moet een einde komen aan het importeren en exporteren van afval. Hier geproduceerd afval dient hier verwerkt te worden. Export van afval kan door gebrekkige of ontbrekende regelgeving elders leiden tot gevaren voor het milieu en de volksgezondheid in het importerende land. Uitzondering kan worden gemaakt indien sprake is van milieuvriendelijke recycling.
Vervuiling uit verleden opruimen
Er bestaan nog veel vervuilingen uit het verleden, zoals duizenden (illegale) stortplaatsen, die mens en milieu bedreigen. Deze moeten, zo mogelijk op kosten van de vervuiler, worden opgeruimd. Conflicten over wie waarvoor verantwoordelijk is mogen noodzakelijke saneringen niet ophouden. Voorop moet staan dat voorkomen wordt dat vervuiling zich verder uitbreidt en daardoor steeds moeilijker te saneren valt.
Risicobedrijven uit woonwijken
Risicobedrijven moeten uit woonwijken verdwijnen. Om dit doel zo snel mogelijk te bereiken, moeten onder begeleiding van de landelijke overheid alle gemeenten een veiligheidssaneringsplan opstellen, waarin wordt aangegeven wanneer welke bedrijven verplaatst gaan worden. De risico's die een bedrijf voor de omgeving oplevert moeten goed zichtbaar en met duidelijke symbolen op het bedrijf worden aangegeven en aan omwonenden op schrift worden bekendgemaakt, samen met een instructie voor noodgevallen.
Stoppen met roekeloos gedogen
Recente rampen laten zien dat 'onmogelijke' ongelukken toch gebeuren en dat veel te weinig rekening wordt gehouden met risico's. Het verantwoordelijkheidsbesef van ondernemers en bestuurders schiet tekort, evenals de regels en het toezicht erop. Te veel wordt te gemakkelijk door de vingers gezien. Die bestuurscultuur moet op de helling. En wie zich onverantwoordelijk gedraagt, dient daarvoor de aansprakelijkheid te dragen. Er dient een Nationaal Schadefonds te komen, waarin overheid en schadeverzekeraars deelnemen. Bij grote rampen kunnen slachtoffers en hun nabestaanden uit dit fonds snel schadeloos worden gesteld, ter voorkoming van ellenlange juridische procedures. Overheid en verzekeraars kunnen vervolgens de schade verhalen op de 'daders'.
Transport van gevaarlijke stoffen tegengaan
Het transport van gevaarlijke stoffen over spoor, weg en water moet drastisch verminderen. Productie-onderdelen die nu door hun onderlinge afstand gevaarlijk transport oproepen moeten worden bijeen-gebracht. Goederentransport per spoor kan vaker dan nu om stadscentra worden heengeleid. Het vervoer van chloor over het spoor moet onmiddellijk stoppen, omdat een rampenplan bij een ongeluk tijdens het chloortransport niet uitvoerbaar is. Burgers hebben het recht op periodieke informatie over wat er in hun omgeving aan gevaarlijke stoffen langskomt. Daarvoor is een gevarenkaart van Nederland nodig, met betrekking tot productie, op- en overslag en vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Deze gevarenkaart moet in elke gemeente voorhanden zijn en als basis dienen voor de rampenbestrijdingsplannen. De rampenbestrijding dient veel beter voorbereid en gecoördineerd te worden.
Geluidsoverlast aanpakken
Geluidsoverlast treft steeds meer mensen. Ze worden er door gehinderd, soms zelfs in hun welzijn en gezondheid bedreigd. De bronnen van geluidsoverlast, waaronder vlieg-, spoor- en wegverkeer, dienen waar mogelijk aangepakt te worden. In andere gevallen dienen isolerende maatregelen getroffen te worden. Om geluidsoverlast van buren te voorkomen of ten minste te verminderen dient het Bouwbesluit aangescherpt te worden. Om geluidsoverlast van het wegverkeer te beperken moet het aantal 30 km-zones in de bebouwde kom worden uitgebreid. Verder moet er in de binnensteden en op rijkswegen door of langs de bebouwde kom zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van stil asfalt. Ook geluidsarme autobanden leveren een bijdrage aan de bestrijding van geluidsoverlast.
Zuiniger met water
Verdere verdroging van de natuur moet worden tegengegaan door grondwateronttrekkingen te beperken en zoveel mogelijk over te gaan op alternatieven. Ook moet de ondergrens waarop de onttrekkingen vergunningplichtig zijn, verlaagd worden. Door aanleg van een dubbel rioolsysteem kan regenwater opgevangen worden voor huishoudelijk en industrieel gebruik en voor de inrichting van waterpartijen. Het in gang gezette beleid inzake het tegengaan van wateroverlast en het vergroten van de bescherming tegen de gevaren ervan dient te worden doorgezet. Wij kiezen voor de strategie van duurzaam waterbeheer, waarbij met ruimtelijke en waar nodig ook technische maatregelen oplossingen worden geschapen, zoals het vergroten van de afvoercapaciteit door gebruikmaking van de uiterwaarden, het opruimen van obstakels en het niet bouwen in de winterbedding. Oplossingen voor problemen in het stroomgebied van Rijn en Maas zouden in Europees verband meer stroomopwaarts moeten worden gevonden.
Minder bestrijdingsmiddelen
Er moeten snel milieuverantwoorde middelen ontwikkeld worden ter vervanging van schadelijke bestrijdingsmiddelen. De overheid moet de producenten van bestrijdingsmiddelen aanzetten tot het ontwikkelen van milieuverantwoorde alternatieven. De overheid moet zonodig het voortouw nemen in onderzoek. Gebruik van stoffen die volgens Nederlandse criteria onaanvaardbaar schadelijk zijn moet verboden worden en blijven, ongeacht de wensen van de Europese Unie. Import van producten die geteeld zijn met toepassing van in Nederland verboden middelen moet verboden worden. Om plantenziekten zo min mogelijk de kans te geven zullen boeren, gesteund door de wetenschap en gestimuleerd door de overheid, vormen van wisselteelten en gemengde teelten moeten ontwikkelen en toepassen. Aan het gebruik van niet-landbouwkundige bestrijdingsmiddelen, zoals koperhoudende middelen voor verduurzaming van hout, moet zo snel mogelijk een einde komen.