Socialistische Partij Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Voedselveiligheid en landbouw
Veilige voedselproductie is van elementair belang. Daar mankeert op dit moment nogal wat aan. Voeding is big business geworden, waarbij winst te vaak voor veiligheid gaat. Voedselschandalen schokken ons en steeds meer mensen willen weten wat ze eten. De landbouw moet op wezenlijk andere leest worden geschoeid, met als uitgangspunt een garantie van de voedselveiligheid 'van boer tot bord'. Boeren moeten eerlijke prijzen krijgen voor hun producten, waardoor een einde kan komen aan schadelijke overproductie.
Industriële landbouw afbouwen
We moeten de uit de hand gelopen intensieve en grootschalige landbouw afbouwen. Het is niet langer aanvaardbaar om voorrang te geven aan kwantiteit boven kwaliteit en aan economische belangen boven de zorg om de gezondheid van consumenten, het welzijn van dieren en de kwaliteit van het milieu. We moeten paal en perk stellen aan de heilig verklaarde vrijhandel, die ondernemers stimuleert overal in de wereld op zoek te gaan naar de goedkoopste grondstoffen voor de industriële bereiding van ons voedsel. Er moet een einde komen aan de dwingelandij om de markten van ontwikkelingslanden te openen voor de westerse agro-industrie, om de hier geproduceerde overschotten daar te kunnen afzetten. Het is schandalig dat de rijke landen de arme landen dwingen hun steun aan de landbouw te verminderen en het patentrecht op levende organismen te erkennen. Voedsel wordt ten onrechte meer en meer beschouwd als slechts handelswaar. Daarbij worden de boeren mondiaal door prijsconcurrentie tegen elkaar uitgespeeld. Voedings-producten voor menselijk en dierlijk gebruik worden onnodig van de ene kant van de wereld naar de andere gesleept. En daarmee worden ook mogelijke ziektekiemen over de hele wereld verspreid. Daaraan moet tegengas worden gegeven.
Landbouw en de Europese Unie
Het Europese landbouwbeleid dat financiële steun koppelt aan productieomvang deugt niet. Het dient te worden omgevormd naar koppeling aan productiebeheersing in plaats van -bevordering. Kwaliteit moet voor gaan op kwantiteit. Dat betekent dat we hoge eisen horen te stellen aan dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. Exportsubsidies die boeren in de Derde Wereld brodeloos maken moeten worden -af-geschaft. Ook de ontwikkelingslanden moeten de kans krijgen zoveel mogelijk regionaal in de voedsel-behoefte te voorzien. Verdere liberalisering van de landbouw binnen de Wereldhandelsorganisatie maakt deze her-vormingen onmogelijk en is daarom onwenselijk.
Kiezen voor duurzame landbouw
Voedselproducent en consument moeten weer dichter bij elkaar komen. Daarvoor is het noodzakelijk dat de landbouw een duurzaam karakter krijgt. Biologische landbouw dient aangemoedigd te worden en door de overheid ondersteund, zodat boeren in staat zijn om een redelijk inkomen te verdienen met het produceren van milieuvriendelijkere en gezondere voeding. In 2006 dient ten minste 10% van alle landbouwproductie in ons land biologisch te zijn. Eén van de maatregelen die dat bevorderen is het schrappen van de BTW op biologische landbouwproducten. Een andere positieve maatregel is het bevorderen van de binnenlandse afzet door kwaliteitsverbetering en kortere afzetkanalen. Meer samenwerking tussen producenten en handel is daarvoor nodig. Het ministerie van LNV moet ten minste 10% van zijn onderzoeksbudget en 10% van de middelen voor onderwijs en voorlichting inzetten voor biologische landbouw.
Beter boeren
Voedselproductie is meer dan alleen een economische activiteit. De productie van boeren is een onmisbare activiteit in de samenleving en gaat gepaard met beheer van het landschap en de open ruimte. De afgelopen decennia zagen veel boeren zich gedwongen tot bedrijfsintensivering, om het hoofd boven water te houden. Het gevolg was het ontstaan van een overproductie die het boereninkomen onder grote druk zet. Momenteel leeft bijna een kwart van de boerengezinnen onder het bestaansminimum. Ze zijn met handen en voeten gebonden aan producenten van zaaigoed en veevoer en - vooral - aan de banken. Daardoor zijn ze niet of nauwelijks in staat over te stappen op duurzame landbouw. Verdergaande liberalisering zal massaal slachtoffers maken onder de boeren. Hierdoor wordt het sociale leven op het platteland verder bedreigd en komt ook het beheer van het boerenlandschap in het gedrang. Dagelijks stoppen acht tot tien boerenbedrijven. Om die ontwikkeling te keren zal in het landbouwbeleid de koers verlegd moeten worden naar productiebeheersing en het behoud van boerengezinsbedrijven. Het is zaak dat onze boeren in de toekomst kostendekkende prijzen voor hun producten krijgen. Dat kan door hervorming van de subsidie-regels in de Europese Unie en afspraken over in- en uitvoerhoeveelheden en productiebeheersing. Dat is ook veel beter voor de boeren in arme landen. Landen zullen bovendien de vrijheid moeten krijgen om de gezondheid van hun burgers te beschermen, door schadelijke of twijfelachtige producten buiten de deur te houden. Het wordt tijd dat we niet meer de afzet, maar de afnemer beschermen.
Voedselveiligheid 'van boer tot bord'
De overheid dient voedsel van hoge kwaliteit en veiligheid te garanderen. Ze moet meer investeren in de landbouwwetenschap en de wetenschap van voeding en gezondheid, mede om een einde te maken aan de vermenging van onderzoek en bedrijfsbelangen. Risicobeheersing moet plaatsvinden 'van boer tot bord', oftewel voedselveiligheid 'van grond tot mond'. In het gehele productieproces moet strikte kwaliteitscontrole plaatsvinden, via integraal ketenbeheer. Cruciaal daarbij is de traceerbaarheid van voeding (ingrediënten) en veevoeder (ingrediënten). Alleen op deze manier kan snel en adequaat gereageerd worden bij problemen. Daarnaast moet het gesleep met vee en veevoeder drastisch worden beperkt. Scherpere normen zijn nodig voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen op voedselgewassen. Dit met name om kinderen, die veel gevoeliger zijn voor residuen van bestrijdingsmiddelen, beter te beschermen. In Nederland geïmporteerde producten moeten worden getoetst op aanwezige residuen van bestrijdingsmiddelen. Er moet meer controle komen op voedselbereiding en transport en verwerking van dierlijk afval. De Rijksdienst voor Keuring van Vee en Vlees heeft meer mensen nodig, om goed toezicht te kunnen houden op slachterijen en andere vleesverwerkingsbedrijven. Daarnaast dient bij overtreding strenger te worden gestraft. Goede etikettering, dat wil zeggen beknopt, begrijpelijk en herkenbaar, moet ervoor zorgen dat de consument weet wat hij eet.
Genetische manipulatie van landbouwgewassen verbieden
Gentechnologie in de landbouwsector is een bedreiging voor mens en dier, de natuurlijke omgeving, de biodiversiteit aan landbouwgewassen en de economische situatie van kleine boeren en arme landen. De risico's zijn groot en de gevolgen nu nog onvoorspelbaar. Slechts extreme en dringende omstandigheden kunnen het nemen van dergelijke risico's legitimeren. Die omstandigheden doen zich op dit moment niet voor. Daarom wijzen we genetische manipulatie van planten af - ongeacht of het gaat om voedsel of andere landbouwproducten. Er mogen geen licenties worden toegewezen om genetisch gemanipuleerde gewassen commercieel te exploiteren. Alle import van genetisch gemanipuleerde gewassen, zaden en producten moet verboden worden.
Dierenwelzijn
Dierenwelzijn mag niet langer de sluitpost zijn van de voedselproductie. De bio-industrie moet verdwijnen. Het massaal afmaken van gezonde dieren na het uitbreken van mond- en klauwzeer was een schandaal. In toekomstige gevallen van epidemieën moet voorrang worden gegeven aan inenten, zonder dat dieren alsnog worden afgemaakt. Het non-vaccinatiebeleid van de EU moet van de baan. Het gesleep met levende dieren heeft onder druk van economische prestatie-eisen krankzinnige vormen aangenomen. Dit is een onaanvaardbare aantasting van het dierenwelzijn en een grote bedreiging van de dier- en volksgezondheid.
Veevervoer terugdringen
Er moet paal en perk worden gesteld aan het transport van levende dieren. Daarom moet voor alle vee-vervoer nut en noodzaak aangetoond worden, vooraleer een transportvergunning wordt afgegeven. Nederland is nu de kraamkamer van biggen voor grote delen van Europa. Kalveren worden van verre aangevoerd om hier afgemest te worden, om daarna het vlees voor 80% weer te exporteren. Aan deze praktijken moet een einde komen. Daartoe zullen veehouders gestimuleerd moeten worden over te gaan op een gesloten bedrijfsvoering. De afstand tussen boerderij, slachthuis en consument moet zo klein mogelijk zijn. Voor veetransporten dienen scherpere regels te komen, om het welzijn van de dieren tijdens het transport beter te waarborgen. In- en doorvoer van exotische diersoorten voor de handel moet geheel verboden worden. Verder moet er een strengere controle komen op het illegaal vervoeren van deze exotische dieren.
Dierziekten bestrijden
Als er dierziekten geconstateerd worden, zullen de betrokken instanties beter dan voorheen moeten samenwerken bij het onderzoek naar de oorzaken ervan. Daarbij zullen vaccinatieprogramma's betrokken moeten worden, evenals de voeding (ook het ruwvoer in relatie tot de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater) en de mogelijk afgenomen weerstand van dieren (als gevolg van fokprogramma's en de concentratie van veel dieren in een klein gebied). Bij het plotseling de kop opsteken van dierziekten (ook die niet onder de zeer besmettelijke dierziekten vallen) moet in zo groot mogelijke openheid informatie worden gegeven over omvang en aard. Voor veehouders die buiten eigen schuld met dierziekten te kampen krijgen zal de overheid zich een betrouwbare bondgenoot moeten tonen. Als bij besmettelijke dierziekten vaccinatie mogelijk is, verdient dat de voorkeur boven 'ruiming', ook al vervallen daardoor exportmogelijkheden. Bronnen van dierziekten als riool-overstorten dienen sneller gesloten te worden.
Dierenmishandeling
Wet- en regelgeving moet worden aangepast aan de toegenomen kennis over het kunnen lijden van dieren. Het mishandelen van dieren is een misdrijf, en verdient een serieuze aanpak en vervolging van de daders
Dierproeven: 'nee, tenzij'
Voor proeven op dieren dient het 'nee, tenzij'-principe gehanteerd te worden. Dat wil zeggen dat dier-proeven verboden zijn, tenzij ze gedaan worden in het belang van de volksgezondheid en er beslist geen alternatieven voor bestaan. Dat vereist een uiterst nauwgezette afweging tussen enerzijds het welzijn van en het respect voor het dier en anderzijds de ernst van de gezondheidsproblemen van mensen. Als er toestemming wordt gegeven voor een dierproef, moet dit plaatsvinden onder streng toezicht van de overheid en moeten de vergunningaanvraag en de gegevens van de proeven openbaar zijn. Verschillende diersoorten, zoals primaten en vissen, worden gebruikt voor medische doeleinden en productveiligheid. De Nederlandse overheid zal zich actief moeten inzetten voor het zoeken naar alternatieven, onder meer door een ruimer onderzoeksbudget.
Geen genetische manipulatie van dieren
Het genetisch manipuleren van dieren dient te worden afgewezen, tenzij het gebeurt ten behoeve van de gezondheidszorg en er geen alternatieven voor bestaan. In de praktijk lijken onderzoekers en producenten het 'nee tenzij'-principe te ruim te interpreteren en gaat de overheid er te gemakkelijk mee om. Om dat te veranderen moeten in de toetsingscommissie onafhankelijke deskundigen, onder wie ethici en vertegenwoordigers van consumenten- en patiëntenorganisaties, de meerderheid hebben.
Stoppen met alle plezierjacht
Alle jacht op dieren hoort verboden te zijn, tenzij er sprake is van groot gevaar voor de volksgezondheid of onoverkomelijke schade aan bijvoorbeeld gewassen of dijken, en er geen alternatieven voorhanden zijn. Indien afschot noodzakelijk is moet dit door professionals gebeuren. Plezierjacht, ook de koninklijke -hofjacht, is onaanvaardbaar. De jachtverboden in de Flora- en Faunawet moeten gehandhaafd blijven en geëffectueerd worden door strenger toezicht en betere handhaving. Jachtvergunningen kunnen alleen -worden verstrekt bij aantoonbare schade aan landbouwgewassen of gevaar voor de volksgezondheid en afwezigheid van andere mogelijkheden.
Verbod op de bontindustrie In Nederland moet er onmiddellijk een verbod komen op de bontproductie en de handel in bont. Verder moet de overheid zich sterk maken om ook in andere (Europese) landen deze vorm van bio-industrie af te schaffen.
Grotere gesloten gebieden voor de zeevisserij
Er moeten grotere gesloten gebieden komen voor de zeevisserij. De visserijdruk op de Noordzee is ook met de beperking van het quotasysteem te hoog om een regeneratie van het ecosysteem mogelijk te maken. Daarnaast is het nodig alternatieve en milieuvriendelijke visserijtechnieken met minder bijvangst en ondermaatse vis te stimuleren.