Socialistische Partij Jeugdzorg

Uit WikiPolitiek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Integrale jeugdgezondheidszorg

De consultatiebureau- en schoolgezondheidszorg kunnen het beste opgaan in een integrale jeugdgezondheidszorg, die in elke wijk en dorp en op elke school beschikbaar moet zijn. Een wettelijk basispakket moet worden ingevoerd, met onder andere periodieke onderzoeken en huisbezoeken voor kinderen die anders niet worden bereikt. Er moeten voldoende middelen komen om deze basiszorg te garanderen, en meer aandacht en tijd voor het benaderen en begeleiden van risicokinderen.


Jeugdzorg verbeteren

Er moet veel meer gekeken worden naar jongeren die een probleem hebben en niet alleen naar jongeren die een probleem zijn. Meer aandacht moet er zijn voor de tekortkomingen in het onderwijssysteem, het arbeidsmarktbeleid en het sociale beleid. Gemarginaliseerde jongeren dienen vooral te worden aangesproken op wat ze wél kunnen, in plaats van slechts waarin ze tekortschieten. Jeugdzorg moet erop gericht zijn kinderen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving en bij hun ouders te laten blijven. Gezinsvoogden moeten meer tijd per kind krijgen (en mogen maximaal 15 kinderen onder hun hoede nemen) en pleegouders meer rechten en betere financiële regelingen. Het specialisme van kinderrechter mag niet verdwijnen. Het aantal instellingsplaatsen dient beter afgestemd te worden op de behoefte. Extra geld is nodig voor de opvang en begeleiding van tienermoeders. In de jeugdhulpverlening moet bovendien meer aandacht komen voor -(allochtone) meidenhulpverlening. In elke regio moet een crisisopvang beschikbaar zijn, met voldoende plaatsen en intensieve begeleiding voor jongeren en kinderen die geen 'thuis' hebben. Uitgangspunt in het strafrecht behoort te zijn: kinderen sluiten we niet op. Voor jongeren in het strafrechtelijke circuit dient er een intensief resocialiseringsprogramma te komen. De salarissen van de werkers in de jeugdzorg moeten -worden verhoogd.


Kinderen en jongeren

De stem van jonge mensen wordt te weinig gehoord. Jongeren worden te weinig betrokken bij de maatschappij. Vergroten van de sociale en politieke participatie van jongeren is van essentieel belang. Met een te groot deel van onze jeugd gaat het niet goed. Het beleid moet op belangrijke punten om en daarvoor dient een speciale staatssecretaris voor Jeugdzaken de eerstverantwoordelijke te zijn.


Staatssecretaris en ombudsman voor jeugdzaken

Om integraal jeugdbeleid te bevorderen zijn wij voorstander van een speciale staatssecretaris voor Jeugdzaken. Aanstelling van een onafhankelijke nationale Kinderombudsman is wenselijk om toe te zien op de uitvoering van het VN-verdrag van de Rechten van het Kind in Nederland en de behandeling van klachten in dat verband.


Meer kinder- en jongerenrechtswinkels

Door landelijke voorlichtingscampagnes kunnen kinderen en jongeren beter geïnformeerd worden over hun rechten en plichten. Het aantal kinder- en jongerenrechtswinkels dient voor 2006 uitgebreid te worden tot ten minste 100 gemeenten.


Kinderrechtenambassadeur

Om internationaal een voortrekkersrol te vervullen en het naleven van de rechten van het kind in andere landen te bevorderen zou Nederland een officiële kinderrechtenambassadeur moeten aanstellen.


Opleiding tot 'democraat'

Democratie moet je leren en daarom dienen jongeren systematisch opgeleid te worden tot 'democraat'. In het middelbaar onderwijs en het beroepsonderwijs moet veel meer aandacht worden besteed aan het belang van een goedwerkende democratie. Vakken als maatschappijleer en staatsinrichting horen op het schoolrooster, net als filosofie. Middelbare scholen moeten in staat worden gesteld om jaarlijks een 'dag van de democratie' te organiseren. Door de verkiezing van leerlingenraden met echte bevoegdheden kunnen scholieren vroeg vertrouwd raken met het nut je stem te laten horen. Alle gemeenten moeten participatie van jongeren in het gemeentelijk beleid bevorderen. In veel gemeenten zijn al jeugd- of jongerenraden actief. Dat dient overal praktijk te worden. Experimenten met kinderwijkraden als klankbord voor mensen die activiteiten organiseren binnen de buurt moeten aangemoedigd worden. Organisaties die jongeren een stem geven dienen daarvoor via extra beloond te worden. Jongerenparticipatie moet onderdeel zijn van beoordeling van subsidiecontracten. Jaarlijks dient in elke gemeente een feestelijke jongerendag te komen, waarop de politiek luistert naar de ideeën van de jeugd en de meest aansprekende voorstellen opneemt in het gemeentelijk beleid.


Maatschappelijke stage

Het onderwijs moet jongeren voorbereiden op een plaats in de maatschappij, op meer dan betaalde arbeid. Maar dat aspect van het onderwijs raakt steeds meer in de vergetelheid. Alles draait tegenwoordig om geld verdienen, ook bij jongeren. Om aan deze ontwikkeling tegenwicht te bieden dienen maatschappelijke stageperiodes een vast onderdeel van het onderwijs te worden. Hierdoor wordt de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren aangemoedigd en ontwikkelt hun verantwoordelijkheidsgevoel, voor zichzelf, maar vooral ook voor anderen. Bovendien krijgen jongeren tijdens een maatschappelijke stage inzicht in het belang van het werk in de publieke sector en respect voor de mensen die in deze sector werken. Al in het basisonderwijs kan hiermee begonnen worden, bijvoorbeeld door een dag meelopen op een kinderboerderij, meehelpen met klussen in school, het organiseren en begeleiden van de sportdag etc.

Gratis bieb en museumjaarkaart Jongeren tot 18 jaar mogen van ons gratis naar de bibliotheek en het museum. Om het lezen van boeken onder kinderen aan te moedigen moeten er op basisscholen bibliotheeksteunpunten worden ingericht, zodat alle kinderen boeken binnen handbereik hebben. Alle jongeren krijgen een gratis museumjaarkaart, om belangstelling voor oude en nieuwe kunst niet te frustreren met financiële barrières.


Geen reclame gericht op kinderen

Het reclamebombardement waaraan kinderen worden blootgesteld op de televisie moet worden gestopt. Zelfregulering via de Reclame Code wekt niet. Omstreeks Sinterklaas is er tijdens de blokken kindertelevisie meer dan tien keer zoveel reclame als anders. Het veelvuldig blootstellen aan commerciële boodschappen kan kinderen materialistischer maken. Het niet van toepassing zijn van een beperking op commerciële zenders is een bezwaar, maar mag geen excuus zijn om kinderen niet in bescherming te nemen tegen reclamemakers die de naïviteit van jonge kinderen exploiteren om hun producten aan de man te brengen. Het uitzenden van reclames gericht op kinderen tot 12 jaar moet verboden worden. Ook op Europees niveau zal Nederland moeten ijveren voor een verbod op reclame gericht op kinderen. Keuring van films en televisieprogramma's dient te gebeuren door een onafhankelijk keuringsinstituut en niet door de filmbranche zelf.


Minimumloon vanaf 18 jaar, hogere jeugdlonen

Volwassen mensen hebben recht op een volwassen loon. Het wettelijk minimumloon moet daarom gaan gelden vanaf 18 jaar, evenals het recht op bijstand. Aan minderjarigen mogen niet dezelfde eisen ten aanzien van de werkprestaties gesteld worden als aan volwassenen. Wie jonger is dan 18 jaar mag daarom alleen werken als het onderwijs daardoor niet in de knel komt. Er hoort een maximum van 10 uur per week te gaan gelden voor leerplichtige jongeren. Langer werken per week kan ten koste gaan van de leerprestaties. Het verbod op kinderarbeid geldt voor alle jongeren onder de 16 jaar. Voor 15-jarigen geldt als uitzondering dat zij lichte, niet-industriële arbeid mogen verrichten en kranten mogen bezorgen, zolang de arbeid niet wordt verricht gedurende schooltijd. Er geldt tevens een uitzondering voor arbeid die in het kader van de opleiding wordt verricht. De minimumjeugdlonen voor 15, 16 en 17-jarigen moeten worden verdubbeld tot 60%, 70% en 80% van het wettelijk minimumloon.


Ruimte om te spelen en te sporten

Bij de ontwikkeling van nieuwe bestemmingsplannen zou een toets ingebouwd moeten worden waarbij de gevolgen voor mogelijkheden voor sport, recreatie en (kinder)spel in het bestemmingsplangebied in kaart worden gebracht, in het bijzonder voor de doelgroepen van het sportbeleid. In woonwijken moet meer ruimte komen voor trapveldjes, jogging- en skateroutes. In het basisonderwijs moet schoolzwemmen weer worden opgenomen in het lespakket en moet verder worden geïnvesteerd in vakleerkrachten. Iedere basisschool hoort een sportdocent te hebben. Sport en beweging moeten een belangrijker plaats krijgen binnen het lesprogramma. Basisschoolleerlingen krijgen een gratis sportstrippenkaart om sportproeflessen te nemen. Om voldoende speelruimte voor kinderen te garanderen moet er een landelijke speelruimtenorm komen van 3%, oftewel 300 m2 per hectare. Omdat speelruimte ook veilig bereikbaar moet zijn, mag de snelheid voor alle gemotoriseerde voertuigen in woonwijken en in ieder geval in de buurt van scholen en speelplekken maximaal 30 km per uur zijn. Meer woonerven kunnen de veiligheid van spelende kinderen op straat aanzienlijk vergroten.


Referenties

Afkomstig van WikiPolitiek NL, de Wiki van de Politieke Standpunten. "http://www.wikipolitiek.nl/wiki/index.php?title=Socialistische_Partij_Jeugdzorg&oldid=2977"
Persoonlijke instellingen