Socialistische Partij Financiën

Uit WikiPolitiek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Middelen

De afgelopen twee decennia is een groot aantal collectieve voorzieningen, met name nutsvoorzieningen, geprivatiseerd, onder gelijktijdige liberalisering van de markt. Op voorzieningen die nog wel tot het publieke domein behoren is zwaar bezuinigd. De belastingen zijn drastisch verlaagd en ook anderszins is de bijdrage van bedrijven en burgers aan de publieke zaak sterk verminderd. En dat in een tijd waarin de economie juist heeft geleid tot gigantische winsten voor het bedrijfsleven en snel stijgende inkomens voor een deel van de bevolking. Zo zijn private rijkdom en collectieve armoede hand in hand gegaan, ideologisch verklaard en aangemoedigd door het neoliberalisme dat de Nederlandse politiek nu al jarenlang domineert. In de samenleving groeit echter het besef dat deze uitverkoop van de publieke zaak te ver is doorgeschoten. In de meeste gevallen is de belofte van lagere prijzen en betere service niet waargemaakt. Het feit dat de overheid het rechtstreeks toezicht en de directe invloed heeft opgegeven, bemoeilijkt een adequaat beheer van deze voorzieningen. Daarom is het nu tijd voor een fundamentele herwaardering van de plaats en de taak van de overheid.


Moratorium op privatiseringsplannen

Er dient een stop te komen op alle privatiseringsplannen, met name voor het openbaar vervoer en de energiesector. Uitverkoop van de drinkwatervoorziening aan de markt moet geblokkeerd worden, evenals de introductie van marktwerking in de zorg en het onderwijs. Zaken en taken die inmiddels aan de markt worden overgelaten moeten in een parlementaire enquête worden geëvalueerd en, indien de uitslag daartoe aanleiding geeft, opnieuw onder overheidsregie worden gebracht.


Staatsschuld en maatschappelijke schuld

Ons land heeft twee schulden open staan: een staatsschuld én een maatschappelijke schuld, door de jarenlange budgettaire tekorten voor de publieke voorzieningen. Hoe lager de staatsschuld, hoe beter dat is voor komende generaties. De staatsschuld, als percentage van het nationaal inkomen en de overheidsuitgaven, daalt echter al heel snel. Bovendien hebben we de binnenkomende middelen hard nodig om een andere schuld, de maatschappelijke schuld, in te lossen: onze verplichting om een fatsoenlijk land voor de komende generaties achter te laten. Met het doordacht en in voldoende mate besteden van overheidsmiddelen aan de publieke zaak dienen we te zorgen voor een schoon milieu, een goed beheerde ruimte, een verantwoorde en moderne infrastructuur, goede huisvesting, duurzaam gebruik van schaarse middelen, een kwalitatief goed onderwijs- en zorgsysteem en een goed beheerd cultureel erfgoed. Versnelde verlaging van de staatsschuld ten koste van een hogere maatschappelijke schuld wijzen we van de hand. Het inlossen van de maatschappelijke schuld gaat, als het erop aankomt, vóór. Daarom moeten we snel af van de Zalmnorm (volgens welke extra inkomsten alleen mogen worden gebruikt voor extra lastenverlichting, vermindering van het financieringstekort en aflossing van de staatsschuld). Deze norm was er de afgelopen jaren schuldig aan dat de vele miljarden aan extra inkomsten niet gebruikt konden worden op de plekken waar de maatschappelijke noden het hoogst zijn: in de zorg, het onderwijs, de politie, het toezicht, de handhaving, het ambtelijk apparaat en de rechtspleging.


Begrotingsevenwicht

Het financieringstekort is door de snelle economische groei van de laatste jaren verdwenen. In de komende vier jaar is een begrotingsevenwicht voor de overheid haalbaar. Omdat er na de periode van afbraak onder de twee paarse kabinetten een chronisch gebrek is ontstaan in de publieke sector, is voor de wederopbouw van de collectieve voorzieningen veel geld nodig. Investeren moet voorlopig voorgaan op overhouden. De komende jaren kan een reëel begrotingsbeleid worden gevoerd, waarbij niet langer kunstmatig meevallers worden gecreëerd door langdurig en welbewust de economische groei lager in te schatten dan in werkelijkheid het geval is. Bij het begrotingsbeleid moet voortaan uitgangspunt zijn dat de salarissen in de publieke sector kunnen meestijgen met de salarissen in de marktsector. Als de economische groei tegenvalt moet de overheid niet terugkeren naar een structureel financieringstekort, maar durven kiezen voor belastingverhogingen. Bij een meevallende economische groei is het enerzijds verstandig het begrotingsoverschot te laten oplopen, als appeltje voor de dorst. Anderzijds is het niet meer dan redelijk dat iedereen van meevallende economische groei kan profiteren. Dat maakt het logisch dat bij een hoge economische groei in ieder geval een deel van de inkomstenmeevallers wordt gebruikt voor het inlossen van de maatschappelijke schuld.


Eerlijker belastingstelsel

Ons belastingstelsel moet ervoor zorgen dat de overheid genoeg geld binnenkrijgt om onze collectieve voorzieningen te betalen. Tegelijkertijd moet het bijdragen aan een eerlijke inkomensverdeling. De lastenverlichtingspolitiek van de afgelopen jaren heeft daaraan zeker niet bijgedragen. Bijna 14 miljard euro (bijna 30 miljard gulden) is onttrokken aan de schatkist en in onevenredige mate in de portemonnee van de bestbetaalden terechtgekomen. Daarom dient er zeker geen nieuwe lasten-verlichting te komen. We willen voor de toekomst een meer nivellerend belastingstelsel. We stellen voor dat boven op het huidige toptarief van 52% weer een belastingschijf van 72% komt, in ieder geval voor inkomens boven 226.890 euro (500.000 gulden). Onderzocht dient te worden hoe de huidige lokale belastingheffing (waaronder de onroerend zaakbelasting) omgezet kan worden in een inkomensafhankelijke belasting. De overheden moeten bij verhoging van tarieven ervoor zorgen dat alleenstaanden niet onevenredig zwaar getroffen worden.


Tegengaan graaimentaliteit

De financiële schandalen in de Verenigde Staten en in eigen land tonen aan dat opties bestuurders een perverse stimulans geven om de winsten op de korte termijn, kunstmatig of zelfs frauduleus, op te krikken. Dat is de kat op het spek binden. Daarom moeten opties in het eigen bedrijf verboden worden. Accountants kunnen beter worden toegewezen door de Autoriteit Financiële Markten dan door bedrijven en instellingen zelf.


Werk moet lonen: 'terugtaks'

Wij stellen voor dat mensen die een baan aannemen met een loon van 100% tot 115% van het minimumloon van de overheid een 'terugtaks' krijgen. Bij lonen tussen de 115% en 150% kan een aflopend bedrag worden uitgekeerd. Met dit voorstel wordt de huidige armoedeval effectief bestreden voor mensen met de laagste lonen. Wij denken dat onze 'terugtaks' beduidend effectiever is dan de nu nog bestaande regeling voor werkgevers, de Specifieke Afdrachtkorting (SPAK). We stellen voor die regeling op te heffen en de -vrij-komende middelen te gebruiken voor financiering van de 'terugtaks'. Ook een groot aantal andere afdrachtverminderingen die de afgelopen jaren zijn totstandgekomen hebben weinig effect en kunnen beter verdwijnen. Dat geld kan nuttiger besteed worden.


Spaarloon

De spaarloonregeling moet niet worden afgeschaft maar verbeterd. Dat kan door hogere en lagere inkomens hetzelfde aftrekpercentage te verlenen.


Hypotheekrenteaftrekgarantie tot 225.000 euro (495.000 gulden)

De hypotheekrenteaftrek dient gekoppeld te worden aan het maximum van de nationale hypotheekgarantie (225.000 euro / 495.000 gulden in 2003) en door de overheid tot aan dat bedrag gegarandeerd te worden. Daarboven dient geen belastingaftrek meer gegeven te worden, want dat leidt tot een onevenredig groot en niet te rechtvaardigen voordeel voor mensen met hoge inkomens: van dit fiscale voordeel komt nu bijna de helft terecht bij de 7% hoogste inkomens.


Herinvoering vermogensbelasting Herinvoering van de sinds kort verdwenen vermogensbelasting met een tarief van 0,7% is wenselijk, omdat vermogen een zelfstandige bron van rijkdom en macht is en daarom belast dient te worden.


Vermogenswinstbelasting nodig

De vermogensrendementsheffing dient omgebouwd te worden tot een vermogenswinstbelasting. Deze heffing kan, met een tarief van 35%, op een meer rechtvaardige manier vermogensinkomsten belasten, doordat alleen over de daadwerkelijk gerealiseerde vermogenswinsten belasting verschuldigd is. Ook met opties behaalde winsten vallen onder deze heffing. Een dergelijke vermogenswinstbelasting is ook internationaal veel gebruikelijker dan de wereldwijd unieke Nederlandse vermogens-rendements-heffing.


'Ecotaks' voor grootverbruikers

Voor energiegrootverbruikers dient een 'ecotaks' ingevoerd te worden, met een tarief dat correspondeert met het huidige gewogen prijsvoordeel van Nederlandse grootverbruikers ten opzichte van grootverbruikers in de omringende landen. De ecotaks op gas- en elektriciteitsverbruik is op dit moment een degressieve belasting: naarmate het gebruik toeneemt, wordt de ecotaks minder. Boven een bepaald gebruik is zelfs helemaal geen ecotaks meer verschuldigd. De 350 industriële grootverbruikers in Nederland betalen samen geen ecotaks over 82% van hun verbruik. Het is niet uit te leggen dat burgers moeten betalen voor milieu-belastend gedrag, maar dat grootverbruikers daarvan worden vrijgesteld.


Belastingconcurrentie tegengaan

Binnen de Europese Unie worden landen tegen elkaar uitgespeeld door het internationale bedrijfsleven. Zij concurreren via de belastingheffing met elkaar om bedrijven, en daarmee werkgelegenheid en economische groei binnen te halen. De afgelopen jaren is de vennoot-schapsbelasting (winstbelasting) internationaal steeds verder verlaagd. In Nederland is het tarief van de vennoot-schapsbelasting verlaagd van 48% in 1984 tot 34,5% in 2002. Om schadelijke belastingconcurrentie te stoppen dient een Europees minimumtarief ingevoerd te worden van 35% voor de vennootschapsbelasting.


Aanpakken witwas- en belastingontduikingspraktijken

Nederland moet zich keren tegen het witwassen van zwart geld en het voortouw nemen in het voorkomen van belastingontduiking. Er dienen in Europees verband maatregelen genomen te worden getroffen om meer druk te zetten op belastingparadijzen als Luxemburg. Tegen de 35 landen die op de zwarte lijst van belastingparadijzen staan moeten strafmaatregelen worden genomen, als deze fiscale roversnesten hun gedrag niet veranderen. Multinationals die nu feiteljik veel minder betalen dan het geldende tarief, omdat ze gebruik maken van allerlei mazen in de belastingwetgeving, moeten voortaan adequaat hun belasting betalen.


Belasting op flitskapitaal

Om de destructieve werking van het ongecontroleerde, geliberaliseerde kapitaalverkeer in te dammen zou, het liefst wereldwijd, een belasting op internationaal kapitaalverkeer moeten worden ingevoerd. De Europese Unie kan als belangrijk economisch blok met de invoering van deze belasting beginnen. De belastingheffing kan gebeuren bij de centrale banken, via welke al het internationale kapitaalverkeer verloopt. De internationale wisselkoersen kunnen door een dergelijke belasting stabieler worden. Het flitskapitaal kan verder aan banden gelegd worden door landen bijvoorbeeld het recht (terug) te geven om eisen te stellen met betrekking tot de minimumverblijftijd van kapitaal. Nederland kan in dat verband eisen stellen aan de kapitaalsuitstroom naar de VS, die een belangrijke rol speelt bij de lage euro.


Actuele economische situatie

Begrotingsevenwicht is voor ons uitgangspunt. Mocht dat in gevaar komen door veranderde economische situatie, dan dienen extra maatregelen getroffen te worden, bijvoorbeeld verhoging van de inkomstenbelasting. Daarmee blijft structureel evenwicht mogelijk.


Referenties

Afkomstig van WikiPolitiek NL, de Wiki van de Politieke Standpunten. "http://www.wikipolitiek.nl/wiki/index.php?title=Socialistische_Partij_Financi%C3%ABn&oldid=4770"
Persoonlijke instellingen