Partij voor de Dieren

Uit WikiPolitiek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Algemeen

De Partij voor de Dieren is in oktober 2002 opgericht door een groep dierenbeschermers die ontevreden was over de politieke betrokkenheid bij dierenwelzijn en dierenrechten. Zij waren het zat om langs de zijlijn te roepen dat het anders moet en geen daadwerkelijke invloed te kunnen uitoefenen. Toen Balkenende I een groot aantal diervriendelijke regels, waarvoor jaren gestreden was, terugdraaide, is de beslissing genomen: de dieren hebben recht op een partij die dierenrechten en -welzijn als hoofdthema heeft en de belangen van dieren in de Tweede Kamer en het Europarlement verdedigt. De oprichting van de Partij voor de Dieren was een feit.


Partijvisie Partij voor de Dieren

Uitgangspunten

Dieren zijn -evenals mensen- levende wezens met bewustzijn en gevoel en hebben daarom evenals mensen het morele recht op een respectvolle behandeling door de mens. Dit houdt in dat dieren, zowel in het wild levende als gehouden dieren, naar hun eigen aard moeten kunnen leven en niet zonder een noodzakelijk/redelijk doel door de mens in hun welzijn mogen worden aangetast. De meeste mensen in onze samenleving zijn het hiermee eens.

In de wetgeving met betrekking tot dieren zijn in de afgelopen decennia in Nederland en andere Europese landen aanzetten gegeven om het morele recht van dieren op een respectvolle behandeling te waarborgen. In de dagelijkse praktijk heeft dit voor de dieren tot nu toe echter nauwelijks enig positief effect gehad. Dieren worden nog steeds als ding behandeld zonder enig recht op een dierwaardig bestaan als levend wezen met bewustzijn en gevoel.

In de Nederlandse politiek van de afgelopen tijd zijn zelfs allerlei maatregelen ter verbetering van het dierenwelzijn teruggedraaid. Dit betekent een breuk met de opgaande lijn van de afgelopen 20 jaar waarin de intrinsieke waarde van het dier werd erkend en een belangrijke wegingsfactor werd in het politieke debat. Dit is een slecht teken voor de ontwikkeling van onze beschaving. Beschaving uit zich immers ook in de wijze waarop mensen met andere levende wezens op deze aarde en met de natuurlijke omgeving in het algemeen omgaan.

Het opkomen voor de kwetsbaren in onze samenleving -waaronder dieren- vormt een wezenlijk uitgangspunt van onze beschaving. Het is een ethisch thema dat leeft onder brede lagen van de bevolking. De ethiek ten aanzien van dieren is een thema dat ieder mens persoonlijk aangaat en niet aan bepaalde stromingen is gebonden. Mensen die een betere behandeling van dieren voorstaan dan thans het geval is, treft men in alle geledingen aan. De Partij voor de Dieren zet zich in voor de verbetering van de positie van dieren.


Doelstellingen

Het doel van de Partij voor de Dieren is dierenwelzijn in het politieke debat de plaats te geven die nodig is om de positie van dieren in onze samenleving te verbeteren. De Partij voor de Dieren komt op voor de zwaksten, de stemlozen in onze maatschappij: mensen, dieren en milieu.

Het belang van de miljarden dieren die jaarlijks door de Nederlandse samenleving worden gebruikt rechtvaardigt de opname van een artikel in de grondwet, dat een fundament vormt voor een betere bescherming van dieren.


Programmapunten op het gebied van dierenwelzijn

De Partij voor de Dieren komt op voor de stemlozen, de zwaksten in onze samenleving. Dieren behoren in het bijzonder tot deze categorie. Omdat de Partij voor de Dieren een inhaalslag wil realiseren om dierenwelzijn terug te krijgen op de maatschappelijke en politieke agenda, bestaan haar hoofdactiviteiten uit het ontwikkelen van nieuwe politieke initiatieven. Dit doen we via het indienen van wetsontwerpen en moties en het stellen van schriftelijke en mondelinge vragen die betrekking hebben op de knelpunten in het dierenwelzijn. Daarbij baseren we ons onder andere op de informatie en formulering door de diverse verenigingen en vakorganisaties die gespecialiseerd zijn in dierenwelzijn.


Omdat de eerste prioriteiten liggen bij het thema dierenwelzijn, en er veel achterstallig onderhoud is op dit gebied zullen onze initiatieven zich a-priori op dit thema richten.

Bij de behandeling van andere onderwerpen, die niet op het gebied van dierenwelzijn liggen, zullen wij weliswaar een actieve bijdrage leveren aan het debat en aan de stemmingen, maar zullen wij een minder initiërende rol vervullen. Om die reden is dit programma gesplitst in de fundamentele punten die wij gerealiseerd willen zien op het gebied van dierenwelzijn en dierenbelangen en een ander hoofdstuk dat gewijd is aan de overige thema’s.

Waar mogelijk zullen wij te allen tijde samenwerken met andere politieke partijen die dierenwelzijn een warm hart toedragen. Feit is echter dat dierenwelzijn in die andere partijen als hoofdthema gedurende de afgelopen jaren verdrongen is door thema’s als veiligheid, integratie en wachtlijsten, waardoor natuur, milieu en dierenwelzijn in veel gevallen gedegradeerd is tot bijzaak, waaraan de meeste lijsttrekkers slechts weinig aandacht besteden.


Eisen Partij voor de Dieren op een rij

Bij afweging van de redelijkheid van het doel waarvoor het dier benut wordt, zal niet alleen het belang van de mens centraal mogen staan, maar zal tevens het belang van het dier ernstig meegewogen moeten worden. Wij streven ernaar om mensen en dierenbelangen minder strijdig te maken. De Partij voor de Dieren realiseert zich dat de bestaande praktijk niet in zeer korte tijd drastisch gewijzigd zal kunnen worden. Wij gaan uit van een gefaseerde verbetering van de levensomstandigheden van dieren. Om dit veranderingsproces mogelijk te maken, dient er een mentaliteitsvernadering op korte termijn te worden nagestreefd en te worden gerealiseerd. De lijst met eisen is een neerslag van een redelijke afweging van doel en middelen binnen de huidige ethische kaders.


Algemeen

  • In de grondwet dient een artikel opgenomen te worden dat het recht op een respectvolle behandeling van dieren waarborgt. Dit grondwetsartikel vormt het fundament voor de behartiging van de belangen van dieren.
  • Ter behartiging van belangen van dieren dient de civiele rechtsgang mogelijk gemaakt te worden.
  • Er dient een beoordelingskader ontwikkeld te worden, waarbinnen alle diergebruik wordt getoetst, inclusief dierproeven. Binnen dit kader wordt beoordeeld of mogelijk resultaat het dierenleed nog rechtvaardigt. Dit kader moet uitgroeien tot een levend instrument van dierenbescherming en steeds opnieuw het maatschappelijk debat over diergebruik stimuleren en voeden.
  • Het overtreden van (welzijns-)regels voor dieren dient harder bestraft te worden (bijvoorbeeld bij dierenmishandeling). In geval van recidive kan een verbod tot het houden van dieren worden opgelegd.
  • Er moet een voorlichtingsbureau Plantaardige Voeding komen.
  • Nederland dient zich hard te maken om 'De universele verklaring van de Rechten voor het Dier' hoger op de agenda van de VN te krijgen.
  • Nederland moet een actief beleid voeren om de consumptie en het gebruik van dieren tegen te gaan die niet minimaal volgens de Nederlandse regels zijn gevangen, gedood of gehouden.
  • Er dient een verbod te komen op het fokken van dieren die door selectieve fok geen volwaardig zelfstandig leven kunnen leiden. Dit kan zijn doordat ze niet zelfstandig kunnen baren, veel te zwaar worden voor hun bouw, ademhalingsmoeilijkheden hebben, vroeg blind worden, ernstige afwijkingen in hun skelet vertonen en andere ernstige afwijkingen. Dit geldt onder meer voor koeien, pluimvee, honden en katten.


Productiedieren

  • De biologische (mens-, dier-, en milieuvriendelijke) landbouw dient maatgevend te zijn en verder te worden gestimuleerd.
  • Er moeten stimuleringsmaatregelen / compensatieregelingen komen ter bevordering biologische landbouw en ontmoediging van de bio-industrie.
  • De overheid dient meer middelen beschikbaar te stellen voor onderzoek naar diervriendelijke houderijsystemen.
  • De ‘groenregeling’ dient te blijven bestaan en verder te worden uitgebouwd. Dit betekent meer belastingvoordeel voor mensen die groen sparen en beleggen.
  • Dierlijke producten uit de bio-industrie moeten onder het hoge BTW-tarief komen of een accijnsheffing krijgen. De opbrengst uit deze heffing moet direct besteed worden aan stimulering van diervriendelijke veehouderij.
  • De afzet van diervriendelijke producten, zoals biologische zuivel, vlees en eieren dient gestimuleerd te worden door een BTW-verlaging of een belastingdifferentiatie.
  • Er dient meer onderzoek gedaan te worden naar alternatieven voor vlees als voedingsmiddel en de promotie daarvan dient te worden gestimuleerd.
  • Massale vernietiging (ruimen) van dieren bij uitbraak van besmettelijke ziekten zoals MKZ of varkenspest dient te worden verboden. Bij dergelijke rampen dienen gezonde dieren beschermd te worden door vaccinatie.
  • Er dient een einde te komen aan het oormerken van vee. Chipherkenning vormt een diervriendelijk alternatief.
  • Er dient een einde te komen aan het onverdoofd castreren van biggen.
  • Er dient een verplichting tot weidegang te komen voor melkvee.
  • Er moet een einde komen aan alle kooihuisvesting voor pluimvee. Dit houdt een verbod in op de (verrijkte) legbatterij.
  • Er dient een verbod te komen op het fokken van nertsen en andere zogeheten pelsdieren louter voor hun pels.
  • Voor dieren die nu vogelvrij zijn, zoals konijnen, kalkoenen en ganzen dient adequate welzijnswetgeving te worden gemaakt.
  • Het transport van levende dieren dient tot een absoluut minimum beperkt te worden. Export van levende dieren wordt verboden.
  • Het op grote schaal kweken van vissen is een nieuwe vorm van bio-industrie. Totdat fundamenteel onderzoek heeft geleid tot welzijnsvriendelijke vormen van viskweek dient uitbreiding verboden te zijn. (op een goede manier gekweekt, is toch veel beter dan overbevissing in het wild, dult geen vertraging)
  • Er dient een einde te komen aan de huidige barbaarse dodingmethode van paling in zout.
  • Er dient op ethische gronden een importverbod te komen op artikelen als apenvlees, kikkerbillen en foie gras.
  • Het houden van exotische dieren zoals struisvogels ten behoeve van vleesconsumptie dient van overheidswege ontmoedigd te worden.

In het wild levende dieren

  • Naast soortenbescherming dient ook de bescherming van individuele dieren een beter wettelijk kader te krijgen.
  • Er dient een einde te komen aan de plezierjacht. Populatiebeheer, trofeeënjacht en bejagen van bijgevoerde populaties dient verboden te worden. Alleen in geval van ernstige gevaren voor de volksgezondheid of in geval van grote landbouwschade die niet op diervriendelijke wijze bestreden kunnen worden, kan jacht in overweging genomen worden, waarbij de uitoefening door professionals in overheidsdienst of onder direct overheidstoezicht dient plaats te vinden.
  • Toezicht op de uitoefening van de jacht dient niet langer te worden overgelaten aan jachtopzichters in dienst van jagers en terreinbeheerders, maar aan overheidsdienaren.
  • Het Kroondomein dient het gehele jaar opengesteld te worden voor het publiek en niet langer drie maanden gesloten te worden ten behoeve van de Hofjacht.
  • Het afschieten van dieren in de draag-, rui- of zoogtijd dient in algemene zin verboden te worden.
  • Het landelijk of provinciaal tot onbeschermd verklaren van vossen en andere zogenaamde “schadelijke” diersoorten dient beëindigd te worden en van geval tot geval bezien te worden.
  • Er dient een einde te komen aan het afschieten van knobbelzwanen.
  • Er dient een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek geïnitieerd te worden naar de oorzaken van het teruglopen van de weidevogelstand. Een multidisciplinaire commissie doet aanbevelingen.
  • Trekvogels komen te vallen onder een speciaal beschermingsregime, zodat ze niet langer verjaagd en bejaagd kunnen worden. Voor boeren komt een compensatieregeling in geval van substantiële schade.
  • Er dient een verbod te komen op het rapen van kievitseieren.
  • Er dient een onderzoek te komen naar de massale slachting van zeevis in bijvoorbeeld de Noordzee en de gevolgen daarvan voor het ecosysteem.
  • Binnen enkele jaren dienen in de beroepsvisserij dodingmethoden te worden ingevoerd waarbij vissen niet of nauwelijks lijden. Ook moeten vangstmethoden worden ontwikkeld die aan deze eisen voldoen.
  • Een verantwoorde ‘groene’ visserijsector zorgt voor minimale bijvangst, een onbeschadigde waterbodem en voorkomt overbevissing. De overheid dient een dergelijke vangst te stimuleren.
  • De kokkelvisserij in de Waddenzee dient per direct verboden te worden.
  • Proefboringen naar olie of gas onder de Waddenzee of in de Biesbosch dienen verboden te worden.
  • Bij olierampen op de Noordzeestranden stelt de overheid zich garant voor de kosten die gemoeid zijn met het redden van de olieslachtoffers.
  • Uitzetting van in ons land uitgestorven diersoorten zoals zeearenden, wolven, lynxen, otters, korhoenders etc. dient tot het uiterste beperkt te worden, ervan uitgaande dat de biotoop bepalend is voor hun aanwezigheid. Slechts wanneer spontane terugkeer uitgesloten is door onnatuurlijke barrières en wanneer de biotoop voldoende ruimte, rust en voedsel biedt, is uitzetting bespreekbaar.
  • Verwilderde katten dienen niet langer vogelvrij te zijn, maar dienen te worden gevangen, gesteriliseerd en opnieuw te worden uitgezet op de plaats waar ze gevangen zijn.


Gezelschapsdieren

  • Het importeren en verkopen van exotische ‘huis’-dieren dient verboden te worden.


Vermaak

  • Het gebruik van dieren in circussen dient verboden te worden.
  • Er dient meer overheidstoezicht te komen op fok- en dodingprogramma’s in dierentuinen en op kinderboerderijen.
  • De sportvisserij dient verboden te worden.
  • De military en andere zeer blessuregevoelige paarden-evenementen dienen in hun huidige vorm verboden te worden.
  • Het gebruik van dieren in folkloristische evenementen dient aan strenge regels gebonden te worden.
  • De Nederlandse regering dient zich actief in te zetten om folkloristisch geweld tegen dieren in andere lidstaten, zoals stierenvechten, de jacht op zangvogels en kieviten, ganstrekken etc. verboden te krijgen.


Biotechnologie en proefdieren

  • Er moet een verbod komen op genetische manipulatie van dieren.
  • Er dient meer geld te worden geïnvesteerd in onderzoek naar alternatieven voor dierproeven. Ook in Europees verband dient Nederland zich hiervoor sterk te maken.
  • Het aantal dierproeven dient sterk beperkt te worden. De verplichting tot testen op dieren van alle nieuw ontwikkelde etenswaren met gezondheidsclaims dient te worden ingetrokken. Het testen op dieren van nieuwe medicijnen die nauwelijks van reeds bestaande medicijnen afwijken dient te worden verboden.
  • Er moet op ethische gronden een verbod komen op het patenteren van leven.
  • In het huidige onderwijs en praktijkonderwijs (dierenmanagement, dierverzorging en diergeneeskunde) dient het onderwerp dierenwelzijn en omgaan met dieren (meer) aandacht te krijgen. Dit geldt ook voor ontwikkelingssamenwerking op educatief gebied.
  • Studenten diergeneeskunde dienen niet langer verplicht te worden te oefenen op levende dieren.
  • Het onderzoekscentrum BPRC te Rijswijk krijgt niet langer overheidssteun en dient zo spoedig mogelijk gesloten te worden. De apen die als proefdier gebruikt zijn dienen ondergebracht te worden in een deugdelijke opvang.


Programma Partij voor de Dieren, overige onderwerpen

De Partij voor de Dieren beoogt met nadruk geen one-issue partij te zijn. Opkomen voor de zwaksten en de stemlozen betekent concreet opkomen voor dieren, milieu maar zeker ook voor de mens, waarbij de nadruk eveneens zal liggen bij het opkomen voor groepen in de samenleving die tot de zwaksten gerekend moeten worden.


Omdat echter een enorme scheefgroei ontstaan is in de behartiging van mensen- vs. dierenbelangen, waarbij de mensenbelangen bij de bestaande politieke partijen veel beter behartigd zijn dan die van dieren, stelt de Partij voor de Dieren zich op het standpunt dat binnen de “overige onderwerpen” voor haar geen initiërende rol is weggelegd, zeker niet in de komende kamerperiode van 2002-2006 in welke periode het niet waarschijnlijk is dat de Partij voor de Dieren regeringsverantwoordelijkheid zal dragen en een oppositierol waarschijnlijker moet worden geacht. Om die reden is er nog geen sprake van een uitgewerkt en financieel doorgerekend partijprogramma, maar van een opsomming van stellingnames waarop kiezers op de Partij voor de Dieren mogen rekenen. Financiële doorrekening door het CPB wordt pas actueel wanneer de Partij voor de Dieren groter wordt en een bestuurlijke taak zal moeten dragen.


Op dit moment is de richting van stellingnames en stemgedrag het belangrijkste waar onze kiezers recht op hebben. In alle gevallen zal blijken dat ook deze “overige stellingnames” het opkomen voor de kwetsbaren als vertrekpunt hebben.


Top 40 van overige aandachtspunten Partij voor de Dieren

  • Milieu: Afschaffing van kernenergie en bevorderen van alternatieve, dier- en milieuvriendelijke energiebronnen.
  • Ruimtelijke Ordening en Milieu: Recreatieve ruilverkaveling om recreatiebedrijven in de Ecologische Hoofdstructuur te verplaatsen naar de randen van deze gebieden. Stimuleringsmaatregelen / compensatieregelingen moeten de biologische landbouw bevorderen en bio-industrie ontmoedigen.
  • Natuur en Milieu: In kwetsbare natuurgebieden ‘s nachts de maximum snelheid beperken tot 50 km per uur.
  • Ruimtelijke Ordening en Milieu: meer prioriteit geven aan natuurontwikkeling, uitkoopregeling boerengrond gebruiken voor biologisch landbouw of nieuwe wijken/dorpen buiten de Ecologische hoofdstructuur of anderszins waardevolle gebieden.
  • Economie en Milieu: Invoering eco-tax op vervuilende bedrijfstakken zoals vliegverkeer, industrie en kassenbouw. Het is onjuist om alleen particulieren onder een dergelijke heffing te laten vallen.
  • Financiën en Milieu: Verdergaande stimulering van Groene spaar- en beleggingsregelingen.
  • Verkeer en Milieu: Er moet een stimuleringsregeling komen om mensen ervoor te laten kiezen dichter bij hun werk te gaan wonen.
  • Milieu: Statiegeld op blikjes en andere milieu-onvriendelijke verpakkingen.
  • Onderwijs: Op scholen dient meer aandacht te komen voor natuur- en milieu en dierenwelzijnseducatie.
  • Meer aandacht voor onderwijs in de Nederlandse taal onder nieuwkomers en allochtonen (oudkomers).
  • Onderwijs en Cultuur: Meer aandacht voor cultuuronderwijs op scholen.
  • Economie: Verdere economische machtsvorming als gevolg van globalisering moet worden tegengaan, waar mens, dier en milieu daar onder lijden.
  • Economie en Welzijn: Betaalbare kinderopvang die voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is.
  • Economie en Werkgelegenheid: Stimuleringsregeling om vrijwilligerswerk vanuit het bedrijfsleven aantrekkelijker te maken voor werkgevers.
  • Welzijn en Volksgezondheid, Milieu: Een stimuleringscampagne voor het gebruik van meer plantaardige voeding.
  • Welzijn en Volksgezondheid, Justitie: Softdrugs moeten gelegaliseerd worden, gecontroleerde verstrekking van harddrugs moet mogelijk worden om harddrugs uit de criminele sfeer te halen.
  • Welzijn en Gezondheidszorg: Meer keuzevrijheid voor consumenten in de gezondheidszorg m.b.t. de behandelingswijzen.
  • Welzijn en Volksgezondheid: Er moet een betere begeleiding komen van mensen die bij ondraaglijk lijden een eind aan het leven willen maken.
  • Welzijn en Volksgezondheid: In gezondheidszorg budgetverantwoordelijkheid geven aan lagere niveaus ter bevordering van meer efficiënte organisatie.
  • Welzijn en Volksgezondheid: Stimuleren van palliatieve zorg (stervensbegeleiding) in vorm van kleinschalige hospices. Meer aandacht en respect voor de laatste levensfase van mensen.
  • Welzijn en Volksgezondheid: Etiketteringsplicht voor alle producten die ziekmakers als salmonella en campylobacter bevatten.
  • Werkgelegenheid, Welzijn en Volksgezondheid: Er moet een multidisciplinaire stimuleringsregeling komen voor de reïntegratie van WAO-ers, waarbij het terugvalrisico niet bij ondernemers wordt neergelegd.
  • Werkgelegenheid en Welzijn: Een levensloopregeling instellen die mensen naar persoonlijke voorkeur kunnen vormgeven in termen van VUT, sabbatical, ouderschapsverlof of verlengd zwangerschapsverlof.
  • Welzijn en Volksgezondheid: Een overheidscampagne op gebied van opleiding in en stimuleren van borstvoeding die ervoor zorgt (naar Noors voorbeeld) dat de jongste consumenten weer in meer gevallen krijgen waar ze recht op hebben.
  • Welzijn en Economie: Geen sollicitatieplicht voor alleenstaande moeders die zorgtaken hebben voor kinderen van 12 jaar of jonger.
  • Welzijn en Volksgezondheid en Financiën: Fiscale aanmoediging om de informele zorg (mantelzorg: familieleden en buren die zorg aan huis verlenen; 80% van de zorg in Nederland wordt op deze basis georganiseerd) te stimuleren.
  • Werkgelegenheid: Invoering van de mogelijkheid van maatschappelijk stagecontracten voor jongeren ten behoeve van werkervaring en oplossing van personeelstekorten in zorg en toezicht.
  • Mobiliteit: het openbaar vervoer dient toegankelijker en aantrekkelijker te worden in termen van service, comfort en tariefstelling. Faciliteiten zoals internetverbinding en stopcontacten op langere trajecten zijn minimale voorzieningen die van creatief openbaar vervoer verwacht mogen worden. Inkomsten uit fiscale maatregelen die als doel hebben het autogebruik terug te dringen, dienen direct besteed te worden aan de verbetering van het openbaar vervoer.
  • Vervoer: Strengere inspecties op vrachtvervoer, vervoer van dieren en scheepvaart, om de veiligheid en het welzijn meer te waarborgen. Stimuleren van vervoer over water.

Inperking vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor en over de weg.

  • Buitenland: Nederland moet nadrukkelijker een eigen visie op het buitenlandbeleid op het gebied van oorlog en vrede ontwikkelen en uitdragen.
  • Sport: Subsidiëring van betaalde topsport kan gefaseerd worden afgeschaft en amateur-teamsport gestimuleerd.
  • Justitie: Effectievere straffen op gewelddadig gedrag jegens mens en dier, waardoor herhaling wordt tegengegaan.
  • Financiën: Hogere accijnzen op tabak en alcohol en die extra inkomsten inzetten voor intensievere ontmoedigingscampagnes onder jongeren.
  • Financiën: Verruiming fiscale aftrekbaarheid giften aan charitatieve instellingen.
  • Openbare orde en Veiligheid: Meer effectieve handhaving door betere samenwerking tussen partijen. Bevordering van multidisciplinaire handhavingteams.
  • Justitie: Nieuwe situatie asielzoekers moeten via snelle, rechtvaardige procedures in korte tijd duidelijkheid krijgen over hun positie. Op Europees niveau moet Nederland zich sterk maken voor betere opvang van vluchtelingen in eigen regio.
  • Justitie: Wettelijke beschermingsmaatregelen om de rechtspositie van "klokkenluiders" te waarborgen.
  • Binnenlandse Zaken: Invoering van een raadgevend referendum wanneer 100.000 kiesgerechtigden daarom verzoeken.
  • Binnenlandse Zaken: Sterk stimuleren van spreiding op gebied van huisvesting en scholing, om verdergaande segregatie naar afkomst of herkomst geen kans te geven.
  • Binnenlandse Zaken: Verdergaande beperkingen van wachtgeldregelingen voor politieke ambtsdragers en afschaffing van Gouden Handdrukken voor overheidsdienaren bij disfunctioneren.
  • Ethiek: Instelling van een ethische commissie om crises zoals de MKZ-crisis, varkenspestcrisis, BSE-crisis in een multidisciplinaire samenstelling te evalueren en openbaar beleidsadvies te geven.


Standpunten

Referenties

Afkomstig van WikiPolitiek NL, de Wiki van de Politieke Standpunten. "http://www.wikipolitiek.nl/wiki/index.php/Partij_voor_de_Dieren"
Persoonlijke instellingen