Partij van de Arbeid Voetbalvandalisme
Inhoud |
Voetbalvandalisme
Een kleine groep supporters zorgt voor een hele hoop narigheid; geweld in en rond stadions of beledigende en discriminerende spreekkoren. Dat hoort niet bij voetbal. Melden op het politiebureau en het op de huid zitten van de harde kern vandalen biedt uitkomst.
Stand van zaken
Het gedrag van sommige supporters baart de PvdA al lange tijd zorgen. Een relatief kleine groep is in staat het voor de rest te verpesten: onschuldige supporters en personeel zijn daarvan niet zelden het slachtoffer. Niet voor niets zien burgemeester van gemeenten met betaalde voetbalorganisaties het van tijd tot tijd noodzakelijk om voetbalwedstrijden zelfs te verbieden. Het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme en het Meldpunt Voetbalvandalisme zorgen voor het in kaart brengen van de problematiek. Voetbalorganisaties, politie, justitie en lokale autoriteiten proberen de problemen hanteerbaar te maken. Het blijft treurig dat vele maatregelen door talloze instanties nodig zijn voor het organiseren van een simpele voetbalwedstrijd. Blijkbaar kan het niet anders. Een bijdrage aan de oplossing van het probleem kan een speciale voetbalwet zijn. Nederland kent die in tegenstelling tot bijvoorbeeld België nog niet. In Nederland is er ook wel heel veel geregeld, maar in de Belgische voetbalwet staan alle bepalingen bij elkaar. In die wet staat precies en samenhangend omschreven wie verantwoordelijk is voor de aanpak van supportersgeweld. Die helderheid is winst.
Stadionverbod en meldingsplicht
Degenen die zich ernstig misdragen kunnen door middel van een stadionverbod geweerd worden. Clubs moeten hier met een waterdichte toegangscontrole voor zorgen. Helaas gaat dit nog vaak mis. Het komt niet zelden voor dat rotzooitrappers ondanks controles aan de poort alsnog binnen weten te komen. Een meldingsplicht op het politiebureau voor deze mensen biedt uitkomst. Op dit moment kan alleen een meldingsplicht worden opgelegd door de rechter bij een strafrechtelijk stadionverbod. Supporters moeten, om een dergelijke straf te krijgen, ook werkelijk een ernstig strafrechtelijk vergrijp hebben gepleegd. Voetbalclubs kunnen ook zelf supporters weigeren en vragen om een zogenaamd civielrechtelijk verbod op te leggen. De PvdA zou het goed vinden dat ook deze groep supporters zich tijdens de wedstrijd ver uit de buurt van stadion blijven. Wat de PvdA betreft zijn clubs en stadions, als gastheer, in de eerste plaats verantwoordelijk. De meldingsplicht is wat de PvdA betreft het sluitstuk van de aanpak om hooligans te weren.
PvdA tegen betalen voor politie-inzet
Als het aan het kabinet ligt moeten voetbalclubs zelf gaan opdraaien voor de politie die ingezet wordt bij voetbalwedstrijden. De Partij van de Arbeid ziet hier niets in. Veiligheid is niet te koop. De handhaving van de openbare orde is als essentiële overheidstaak niet af te kopen. Dat betekent natuurlijk niet dat je niet kritisch moet kijken naar de omvangrijke politie-inzet die bij voetbalwedstrijden nodig is. Het blijkt dat de politie-inzet de afgelopen jaren in tegenstelling tot de verwachtingen alleen maar is toegenomen. De bouw van nieuwe en moderne stadions heeft de behoefte aan politie niet verminderd. De clubs zijn zelf verantwoordelijk zijn voor alles wat in het stadion gebeurt. Zo kan veel rottigheid worden aangepakt door stewards op en rond de tribunes. De politie is verantwoordelijk voor de last en narigheid buiten het stadion. Wat ons betreft kan deze verdeling nog worden aangescherpt. Verder zijn we van mening dat de KNVB bij het toekennen van een licentie scherp moet letten op het veiligheidsbeleid van een club. Zowel dat van papier als dat van uit de praktijk.
Spreekkoren
Het Openbaar Ministerie heeft te kennen gegeven geen prioriteit te geven aan het aanpakken van kwetsende spreekkoren en spandoeken. Het OM ziet dit als verantwoordelijkheid van de clubs en de KNVB. Dit is begrijpelijk. Toch mag deze visie niet verworden tot een vrijbrief voor vrijelijk discrimineren en het naar hartelust beledigen, omdat in het stadion toch geen gevaar is op strafvervolging. De Partij van de Arbeid is van mening dat wanneer er sprake is van strafbare feiten in het stadion, het Openbaar Ministerie tot vervolging over moet gaan. De KNVB dient op te treden tegen clubs en stadions die niet optreden tegen hooligans die zich misdragen. Gelukkig is inmiddels ook de KNVB volledig doordrongen van de ernst van de situatie en hebben scheidsrechters duidelijke instructies gekregen over hoe te handelen in geval van kwetsende spreekkoren. Mogelijk zou ook de “vierde official” die buiten het veld zit een rol kunnen gaan spelen bij het signaleren en reageren op kwetsende spreekkoren.
Aanpakken van de harde kern.
Voetbalvandalen blijken over het algemeen ook buiten het voetbal om strafbare feiten begaan. Een harde kern van naar schatting enkele honderden personen die wordt aangeduid als de ‘hoge-risicogroep’ is voor een aanzienlijk deel verantwoordelijk voor narigheid. Een dadergerichte aanpak kan uitkomst bieden. Wij zijn positief over de ervaringen van Vitesse in Arnhem. Daar volgt de politie systematisch de criminele harde kernvandalen. Niet alleen in en rond het stadion, maar vooral ook daarbuiten; in het dagelijks leven. De vandalen worden 7 dagen per week in de gaten gehouden en voor het minste of geringste opgepakt en bestraft. Een ‘nul-tolerantie’-beleid dus. Deze aanpak blijkt te werken. Er zijn minder incidenten en er is minder politie nodig rond voetbalwedstrijden. Zo waren in het duel tussen Vitesse en NEC vorig jaar 250 agenten nodig om de wedstrijddag ordelijk te laten verlopen. Nu zijn dat er nog maar 129 . De Partij van de Arbeid wil graag dat deze werkwijze in de rest van het land wordt nagevolgd.