CDA Autobelastingen
Kwartje van Kok
Het kwartje van Kok is in 1991 ingevoerd om het financieringstekort enigszins terug te dringen. Het kwartje is een verhoging van de accijns op benzine met 25 cent, omgerekend ongeveer 11 eurocent. Het kabinet Balkenende II heeft afgesproken dat dit kwartje niet als algemeen belastinggeld mag worden gezien, maar moet worden besteed aan onderhoud van infrastructuur en aan gerichte aanpak van files.
Het CDA vindt het goed dat een groot deel van de opbrengsten van het kwartje van Kok wordt besteed aan de aanleg en het onderhoud van wegen. Dan heeft de automobilist die het kwartje betaalt er immers ook voordeel bij. De rest van de opbrengsten gaat naar onder meer het onderhoud van het spoor en het onderhoud van vaarwegen. Op die manier zorgt de overheid ervoor dat de infrastructuur ook in de toekomst goed is, en dat is voor het CDA erg belangrijk.
Kilometerheffing
Het CDA heeft eind 2005 ingestemd met de Nota Mobiliteit. Een belangrijk onderdeel van deze nota is de kilometerheffing. Na jaren discussie is besloten tot invoering, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op het advies ‘Anders betalen voor mobiliteit’ dat de commissie-Nouwen in 2005 heeft uitgebracht. Dit advies heeft brede steun onder belangenorganisaties, van de milieubeweging tot de ANWB. De basis vormt een verschuiving van belasting van het autobezit naar belasting van het autogebruik. Dat betekent op termijn (rond 2012) dat er een tarief per gereden kilometer komt en de BPM en motorrijtuigenbelasting worden afgeschaft. Dat is ook wel zo eerlijk vanuit de gedachte dat de gebruiker van de weg betaalt; een stilstaande auto veroorzaakt immers geen slijtage aan de weg.
Het CDA heeft er op aangedrongen dat er voor alle automobilisten tezamen geen sprake is van een lastenverzwaring, dus wel eerlijker betalen voor automobiliteit, maar niet meer. Daarnaast is in de Nota Mobiliteit vastgelegd dat de opbrengsten van de kilometerheffing worden besteed aan infrastructuur. Geen melkkoe voor de overheid dus.
Invoering van een systeem van rekeningrijden brengt kosten met zich mee. Met de huidige stand van de techniek bedragen de kosten maar liefst € 3 miljard in het eerste jaar en vervolgens jaarlijks € 800 miljoen om het systeem in werking te houden. Dat is te veel. Daarom is ook als voorwaarde voor invoering gesteld dat de kosten zo laag mogelijk moeten zijn met een maximum van 5% van de opbrengsten.
Uit analyses blijkt dat een eerlijker autobelasting kan leiden tot minder files en bewuster autogebruik. Maar om te voldoen aan de eerder genoemde voorwaarden zal het nieuwe systeem niet vandaag of morgen kunnen worden ingevoerd. Het CDA wil zich dan ook niet vastpinnen op een invoeringsdatum; zorgvuldigheid gaat wat het CDA betreft voor snelheid. Tot dat moment moeten we gewoon blijven werken aan de aanpak van files en aan de luchtkwaliteit. Er moet op korte termijn worden geïnvesteerd in wegen, openbaar vervoer (vooral in en rond de grote steden) en schone en zuinige automotoren.