CDA Abortus
Internationaal gezien is het Nederlandse abortuscijfer zeer laag. In andere West-Europese landen en in de VS is het 2 tot 3 keer zo hoog. In Nederland is abortus wettelijk toegestaan als er sprake is van een noodsituatie bij de vrouw en als de wens van de vrouw weloverwogen en vrijwillig is. Het CDA erkent dat een vrouw in een noodsituatie kan komen waarin het afbreken van de zwangerschap de enige oplossing is. Maar abortus mag geen middel tot anticonceptie worden. Het begrip 'noodsituatie' moet beter gedefinieerd worden. Abortus mag niet als een alternatief voor anticonceptie beschouwd worden. Het CDA is van mening dat het recht op (nog ongeboren) leven beschermd moet worden. Daarom pleiten wij voor het terugdringen van het abortuscijfer.
Pakket van maatregelen Ten tijde van het kabinet Balkenende IV is een begin gemaakt om het aantal abortussen terug te dringen en om ongewenst zwangere vrouwen werkelijke keuzemogelijkheden te geven. Het geeft de vrouw de mogelijkheid om te kiezen voor de oplossing die in haar situatie de beste is. De maatregelen zijn gericht op verbetering van de hulpverlening door het opstellen van richtlijnen en scholing. Het doel van deze maatregelen is dat de afweging tussen de beide opties, een zwangerschap volbrengen of een abortus, zo goed mogelijk wordt gemaakt.
Ongewenst zwanger voorkomen door goede voorlichting Vrouwen en meisjes die kiezen voor het krijgen van hun kindje moeten ondersteuning en opvang kunnen krijgen. Onbedoeld zwangere meisjes en tienermoeders worden soms verstoten door het gezin waarin zij zijn opgegroeid vanwege schaamte en eergevoel. Deze meisjes hebben specifieke hulp en opvang nodig om hen voor te bereiden op een zelfstandig bestaan met kind (en eventueel partner). Het CDA wil ongewenste zwangerschappen voorkomen. Alle jongeren moeten voorgelicht worden over relaties, anticonceptie, gedragsaspecten van seksualiteit en de mogelijke gevolgen van ongewenste zwangerschap. Voorlichting ter preventie van ongewenste zwangerschap wordt collectief aangeboden (bijvoorbeeld door middel van seksuele vorming op scholen).
Het CDA wil dat de lespakketten voor seksuele vorming correct zijn. Maar het is ook belangrijk dat aandacht wordt besteed aan de seksuele moraal. Ook de seksuele moraal verdient aandacht: tussen seks en liefde bestaat een verband. Aandacht voor seksuele vorming op scholen hoort niet alleen besteed te worden aan expliciete voorlichting maar ook om levensbeschouwelijke instellingen te laten deelnemen aan het samenstellen van lespakketten.
Er is extra aandacht nodig voor allochtonen en seksualiteit. Het is aangetoond dat problemen op het gebied van seksuele gezondheid (bijvoorbeeld soa, herhaalde ongewenste zwangerschap en dus vaak abortussen) meer voorkomen bij bepaalde allochtone groepen.
Verlaging abortustermijn Het CDA wil een verlaging van de abortustermijn. Deze is, sinds het tot stand komen van de abortuswet in 1984, duidelijk opgeschoven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat er een termijn van 2 weken ligt tussen de levensvatbaarheidgrens en de uiterste abortusgrens. Deze regel wordt ook altijd gehanteerd. Het CDA heeft dit altijd gesteund. Deze zomer kwam de beroepsgroep met een richtlijn die de levensvatbaarheidgrens stelt op 24 weken. Naar de mening van het CDA betekent dit dat de arbotusgrens daarmee op 22 weken is gekomen. Tijdens de begrotingsbehandeling heeft de minister toegezegd in een brief de consequenties uiteen te zetten van de uitvoering van de richtlijn. Het CDA maakt zich sterk voor behoud van de termijn van twee weken tussen levensvatbaarheidgrens en uiterste abortusgrens.